Categorie archief: religie(s)

manichexc3xafsme (1)

1. Mani , de grondlegger van het manichexc3xafsme

Mani (of Manes) werd in 216 n.C. geboren in de buurt van Ktesiphon, in het toenmalige Mesopotamixc3xab (nu Irak). Op 24-jarige leeftijd ervoer Mani hoe zijn hoger Ik ontwaakte; dit hogere Ik was zelf verbonden met een hoog geestelijk wezen dat aan Mani een bepaalde macht verleende. Sedertdien beschouwde Mani zichzelf als de Parakleet, de Heilige Geest die troost brengt, en wiens komst door Christus voorspeld was:

“Nog veel heb ik u te zeggen, maar gij kunt het nog niet dragen. Doch wanneer Hij komt, de Geest der Waarheid, zal Hij u wijzen de weg tot de volle waarheid. Want Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar wat Hij hoort zal Hij spreken en het komende zal Hij u verkondigen. Hij zal mij openbaren, want uit mijn wezen zal Hij nemen wat Hij u verkondigen zal. Alles wat e Vader in zich heeft, leeft in mij. Daarom heb ik u gezegd: uit mijn wezen neemt de Geest wat Hij u verkondigen zal.” (Joh. 16:12-15)

Mani zag hoe het Christendom verstarde en in wetten en dogma’s gegoten werd; hij voelde zich daarom geroepen om een eigen christengemeenschap op te richten, gebaseerd op zuiverheid, rechtvaardigheid, mildheid en goedheid. Aanvankelijk kende deze christengemeenschap een grote bloei, tot ver buiten de genzen van het Perzische rijk, mede door de toestemming van de toenmalige heerser Shapoer I. Na de dood van deze laatste voerde diens opvolger opnieuw de streng-orthodoxe kerkleer in, en Mani en zijn aanhangers werden vanaf dan vervolgd. Mani zelf stierf rond 276 de marteldood.

2. De verlossingsleer

Het grote kernpunt in de manichexc3xafsche leer is de opvatting over goed en kwaad: het kwade is even eeuwig als het goede en kent begin noch einde aangezien het kwade oorspronkelijk een bestanddeel van het goede was. Dit van oorsprong goede bestanddeel is tot het kwade verworden omdat het achtergebleven is in de normale evolutie; het kwade is aldus het goede dat “uit de tijd geraakt is”. Immers, op ieder ontwikkelingsniveau moet een element van het goede zich als het ware opofferen, afstand doen van zijn normale ontwikkelingsloop opdat er in de kosmos iets nieuws kan ontstaan; en omdat dit “zich opgeofferde goede” vervolgens zijn activiteiten moet ontplooien op een niveau waaraan zijn natuur niet is aangepast, begint het hinderend te werken in het wereldbestel. Daarom zijn de manichexc3xabrs van oordeel dat het kwade een noodzakelijke bestaansvoorwaarde is voor de kosmische evolutie; zij zeggen dat het kwade moet begrepen worden vanuit zijn gemetamorfoseerde aard en dat het moet verlost worden, zodat het opnieuw mee kan verder werken in de stroom van de wereldontwikkeling.

De kerkelijke leer daarentegen beschouwt het goede en het kwade als twee absolute tegenpolen die met elkaar onverenigbaar zijn. De Kerk ziet de oorsprong van het kwaad in de gevallen engel Lucifer die voor altijd verdoemd werd nadat hij tegen God in opstand was gekomen. Voor de Kerk heeft het kwade geen enkele reden tot bestaan en moet het bestreden, verdreven en veroordeeld worden. Het is derhalve niet verwonderlijk dat de Kerk de manichexc3xafsche visie betreffende goed en kwaad absoluut onaanvaardbaar vindt en deze als ketters en totaal onchristelijk veroordeelt.

Is de manichexc3xafsche verlossingsleer, die gebaseerd is op mildheid en barmhartigheid dan zo onchristelijk ? Eerder lijkt dit het geval te zijn voor de harde en meedogenloze verdoemenisleer van de Kerk. Trouwens, hoe benaderde Christus zelf het kwade ? Exc3xa9n van Zijn talrijke uitspraken:

“Gij hebt het woord gehoord: gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand haten. Ik echter zeg u: hebt uw vijanden lief en bidt voor uw vervolgers; zo wordt gij zonen van uw Vader in de hemelen. Want Hij laat Zijn zon opgaan over bozen en goeden en Hij laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.” (Mt. 5:43-45)

Achter het manichexc3xafsche grondbeginsel over goed en kwaad ligt er een kosmische mythe. De mythe verhaalt hoe eens de geesten der duisternis het Lichtrijk wilden bestormen. En zij kwamen inderdaad tot aan de grens van het Lichtrijk, maar tegen het Lichtrijk zelf vermochten zij niets. Om die daad van agressie wilde het Lichtrijk nu de geesten der duisternis bestraffen, maar in het Lichtrijk was er niets kwaadaardigs, er was alleen maar goedheid. Daarom konden de geesten der duisternis slechts bestraft worden met iets goeds, en de geesten van het Lichtrijk namen een deel van hun eigen wezen en vermengden dit in het rijk der Duisternis …

“De diepe zin die in deze legende ligt” zegt Rudolf Steiner (in GA 93), “is dat het Lichtrijk niet door straf maar door mildheid zal overwinnen; niet door het boze te weerstreven, maar door zich met het boze te vermengen, om dit laatste als zodanig te verlossen. Doordat een deel van het licht in het boze binnendringt, wordt het boze getransformeerd tot het goede.”

3. Augustinus, de bestrijder van de manichexc3xabrs

De kerkvader Augustinus (354-430) die nu nog steeds xc3xa9xc3xa9n van de meest invloedrijke inspirators van de katholieke kerk is, was de grote bestrijder van de manichexc3xabrs. In scherpe polemieken (33 boeken) heeft hij de “ketterse” manichexc3xafsche leer als het ware in de rond geboord. Nochtans was Augustinus als jonge man zelf aangesloten bij de orde van de manichexc3xabrs; hij hoopte er door hun mystieke inzichten de diepste geestelijke geheimen te doorgronden. Maar hij had niet de mystieke gave om te schouwen in de bovenzinnelijke werelden; met zijn rationele denkwijze kon hij geen vat krijgen op de inzichten van de manichexc3xabrs. Daarom was hij, gedreven als hij was om binnen te dringen in de regionen van het bovenzinnelijke, genoodzaakt zich af te keren van deze gemeenschap en zich te bekeren tot een meer exoterische strekking binnen het christendom: de katholieke kerk. En sedertdien heeft Augustinus zijn uiterste best gedaan om de “ketterse” stromingen -in de erste plaats het manichexc3xafsme- binnen het christendom te bestrijden.

In zijn boek “Mani, der Gesandte des Lichts” geeft Eugen Roll de radicale ommezwaai van Augustinus treffend weer:

“Mani’s Ik zweefde nog boven hem, zijn bewustzijn had de laatste graad van afsnoering [ van de geestelijke wereld ] nog niet bereikt; daarom schouwde hij moeiteloos in de bovenzinnelijke regionen, en zijn boven hem zwevende Ik was het bemiddelend orgaan [tussen hemel en aarde]. Daarentegen stond Augustinus vast op aarde, volledig gexc3xafncarneerd. Zijn Ik zeeft niet meer boven hem, maar komt uit zijn innerlijk tevoorschijn als een allesoverheersende genialiteit. Dat is de geestelijke situatie ! Dit nog-niet-zijn enerzijds, en dit niet-meer-zijn anderzijds zijn de sleutel tot het begrijpen van de vijandschap tussen de augustinische leer en het manichexc3xafsme.”

En over de diepere grond van Augustinus’ meedogenloze strijd schrijft Eugen Roll:

“De innerlijke ommezwaai, de plotse vijandschap tegenover alle pogingen om het bovenzinnelijke rechtstreeks te beleven, laten een diepe persoonlijke ontgoocheling vermoeden. Men kan stellen: een verdrongen wrok knaagde als een etterende wonde aan zijn zelfgevoel en werd tot bron van oneindig ressentiment. Alleen zo kan men zijn polemische geschriften verstaan, op de eerse plaats de 33 boeken tegen de manichexc3xabrs.”

Impliciet heeft Augustinus zelf toegegeven dat hij geen rechtstreekse toegang had tot de bronnen van het bovenzinnelijk weten. Hij was ervan overtuigd dat de mens met zijn denken ver kan doordringen in het begrijpen van de christelijke leer, maar dat dit denken begrensd is, en dat men vanaf die grens nog slechts kan geloven en vertrouwen stellen in de autoriteit van de Kerk. “Ik zou de leer van Christus niet kunnen aannemen indien zij niet gegrondvest was op de autoriteit van de Kerk”, beweerde hij. Daartegenover menen de manichexc3xabrs dat een waar inzicht slechts in de eigen ziel kan gevonden worden, en zij verwerpen alle uiterlijke gezag dat bepaalt wat de mens als waarheid behoort aan te nemen. Zoals de tijdgenoot van Augustinus, bisschop Faustus, een manichexc3xabr stelde:

“Vanuit een autoriteit kan men geen leer aannemen, wij willen slechts een leer in vrijheid aannemen.” En Mani zegde tot zijn aanhangers:

“Gij moet u afwenden van alle uiterlijke openbaring die u op zintuiglijke wegen houdt ! Afwenden moet gij u van alles wat uiterlijke autoriteit u overlevert, en dan zult gij rijp worden de eigen ziel te aanschouwen !”

De manichexc3xabrs zijn er dus van overtuigd dat een waarachtig inzicht enkel kan verworven worden vanuit een volkomen innerlijke vrijheid. Alleen door zulk een verworven vrijheid kan men de allesomvattende liefde opbrengen voor alle wezens en alle schepselen. En die allesomvattende liefde is de absolute grondvoorwaarde in de manichexc3xafsche verlossingsleer.

In GA 104 spreekt ook Rudolf Steiner in dezelfde zin:

“Alleen wanneer ieder Ik zo vrij en zelfstandig is dat het ook nixc3xa9t kan liefhebben, is zijn liefde een volledig in vrijheid gegeven geschenk. Dat is om zo te zeggen het goddelijk wereldplan: dit Ik zo zelfstandig te maken dat het zelfs aan God uit vrijheid en als individueel wezen zijn liefde kan aanbieden. Als de mensen op enigerlei wijze, ook maar in de allergeringste mate, tot liefde zouden kunnen gedwongen worden, dan zou dat betekenen dat zij aan banden van afhankelijkheid worden geleid.”

Dat de manichexc3xafsche opvattingen ten slotte naar de achtergrond van het geestesleven moesten treden (verdwenen zijn zij niet), is eigenlijk evident gezien de opkomst en de bloei van de verstandscultuur in die tijd; Augustinus heeft in zoverre bijgedragen tot het terugdringen van het manichexc3xafsme doordat hij een opmerkelijk representant van deze cultuur was. De huidige tijdgeest, waarin het rationele denken en het materialisme centraal staan, heeft geen boodschap aan de gnostische wijsheid van de manichexc3xabrs. Maar in de toekomst zal daarin verandering treden. Laat ons niet vergeten dat van ons cultuurtijdperk, waarin het menselijk zelfbewustzijn uit de diepten van de ziel naar buiten treedt, nog niet eens een derde deel verstreken is.

Advertenties

De Kathaarse regligie

Ontstaan
[http://home.scarlet.be/~mirepoix/religie/afbeeldingen/orleans.jpg[/img]
De Ste.-Croixkathedraal van Orlxc3xa9ans. (foto: Jean-Marc Morand – http://www.structurae.net)
Orlxc3xa9ans, 1022.
Twee geestelijken en elf van hun volgelingen worden op de brandstapel gezet.
De beschuldiging: ketterij.
Ze verwerpen de sacramenten, de dogma’s van de Heilige Drievuldigheid en van de menswording van Christus en geloven niet in de verlossing.

Vijf eeuwen nadat ze definitief afrekende met het arianisme heeft de roomse kerk opnieuw te maken met echte ketters. De brandstapel in Orlxc3xa9ans is nog maar het begin…

Op een aantal plaatsen verschijnen predikers en daar zijn vreemde vogels bij, mannen gekleed in lompen, met een woest uiterlijk, die de bevolking opjutten en in opstand doen komen tegen de praalzuchtige en inhalige geestelijkheid. Zij willen terug naar de xc3xa9chte waarden van het christendom en verwerpen de katholieke sacramenten en dogma’s. De meeste dogma’s werden gestemd op concilies en hebben weinig te maken met de boodschap van Christus maar alles met invloed en macht. De geloofsbelijdenis van Nicea, verplichte kost voor iedere katholiek, berooft de christenen van elke persoonlijke inbreng binnen het geloof en maakt vooral de kerk oppermachtig.

De predikers zijn niet echt populair bij de clerus. Onder hen Ramihrd en Tanchelm in Vlaanderen, Henri de Lausanne in Bordeaux en Toulouse, Robert d’Arbrissel in Bretagne en Anjou.
De bisschop van Rennes beschrijft hem en zijn volgelingen als volgt: “…gekleed in beestenvellen, blootsvoets, met wilde ogen en verwarde haren, slechts een knots ontbreekt om de uitrusting van een waanzinnige te vervolledigen, en achter hem een smerige troep dieven en hoeren die zich over het platteland verspreiden en beschuldigingen aan de clerus uiten die niet bedoeld zijn om te prediken maar om te ondermijnen…”
Diezelfde Robert d’Arbrissel zal later de invloedrijke orde van Fontevrault stichten…

Naast de individuele predikers ontstaan ook meer gestructureerde gemeenschappen met een eigen hixc3xabrarchie en een eigen, soms gnostisch gexc3xafnspireerde leer. De bisschoppen weten eerst niet goed wat te beginnen tegen deze nieuwe bewegingen. Ze schrijven angstige brieven naar de paus en naar mekaar; naar de landheren en naar de koning. Aanvankelijk zijn het vooral de machthebbers en de bevolking die ingrijpen, soms zelfs tegen de wil van de bisschoppen. De brandstapel van Orlxc3xa9ans is het werk van de Franse koning.

Enkele pausen, waaronder Gregorius VII, trachten het tij te keren door ingrijpende structurele hervormingen door te voeren. Die remmen het succes van de ketterse bewegingen even af maar slagen er niet in ze uit te schakelen, daarvoor is de onmiddellijke impact van de hervormingen op het terrein te beperkt. Het gevolg is dat de kerk harder gaat optreden mxc3xa9t de steun van de wereldlijke heersers. Uit de documenten waarin sprake is van vervolgingen blijkt hoe ruim verspreid de ketterse beweging is: de Champagne-streek, het Rijnland, Vlaanderen, veroordelingen en brandstapels in Arras, Utrecht, Chxc3xa2lons, Soissons, Milaan, enz… Steeds lijkt het te gaan om onafhankelijke gexc3xafsoleerde gemeenschappen zonder dat er sprake is van een overkoepelende organisatie.

Niet alleen de roomse kerk krijgt met ketterij te maken, de Byzantijnse kerk heeft gelijkaardige problemen. Omstreeks het jaar 950 lezen we in de geschriften van de Bulgaarse aartsbisschop Cosmas dat dringend moet opgetreden worden tegen een zekere “Bogomil” en zijn volgelingen, die een ketterse “manichexc3xafstische” leer aanhangen. Die beweging situeert zich in het huidige Macedonixc3xab (toen een deel van Bulgarije). De “bogo-mielen” zouden beweren dat niet God maar de duivel de wereld heeft geschapen, verwerpen de eucharistie (ze geloven niet in de aanwezigheid van Christus in de hostie), de mis en het kruis. De sacramenten, zoals doopsel en huwelijk, zijn voor hen waardeloos. Kinderen laten dopen die daar zelf niet om gevraagd hebben en die er bovendien de zin nog niet van kunnen begrijpen vinden zij onaanvaardbaar. Er is sprake van slechts xc3xa9xc3xa9n sacrament, dat van de handoplegging, waarbij de “gelovige” overgaat naar de rang van “uitverkorene”.

De gelijkenis met de latere katharen is onmiskenbaar. “Bogomil” betekent trouwens “vriend van God”, een benaming die ook de katharen zichzelf gaven (l’Eglise des amis de Dieu). Vanaf de 10de eeuw worden dus zowel de Roomse als de Oosters-orthodoxe kerken met de opkomst van een nieuwe “ketterse” dualistische leer geconfronteerd.

Manichexc3xafsme en gnosis

Voor Rome zijn de ketters nieuwe “manicheexc3xabrs”. Het manichexc3xafsme was de leer van de Babylonixc3xabr Mani (of Manxc3xa8s) uit de 3de eeuw, die elementen uit verschillende religies samenbracht en o.m. gebruik maakte van gnostische dualistische leerstellingen.

De belangrijkste kerkvader uit de rooms-katholieke geschiedenis, Augustinus, was zelf eerst aanhanger van het manichexc3xafsme, maar heeft het na zijn bekering fel bestreden. Hij deed dat bovendien zeer grondig zodat de kerk elke nieuwe ketterij die de kop opstak en een beetje gnostisch leek, nog eeuwen later als “manichexc3xafstisch” bestempelde, ook als daar zoals bij de katharen totaal geen grond voor was. Op die manier kon zij terugvallen op de geschriften van Augustinus (die niet minder dan tien werken aan het manichexc3xafsme heeft gewijd) om haar zware repressie tegen o.m. de katharen en hun tijdgenoten te rechtvaardigen. Maar de koppeling manichexc3xafsme-katharisme is een geforceerde koppeling. In werkelijkheid hebben de twee niets met mekaar te maken. Het lijdt geen twijfel dat heel wat katharen als “manicheexc3xabr” op de brandstapel zijn beland, zonder dat zij ooit van Mani hadden gehoord.

“Gnosis” (of de leer van de innerlijke kennis) was een stroming die zijn oorsprong had in de Egyptische en Griekse mysteriescholen. Het was een geheime leer, enkel toegangkelijk voor ingewijden, die uitging van de innerlijke kracht en kennis van elk individu en gebruik maakte van een aantal “systemen” zoals men die ook in de Griekse filosofie aantreft. Wanneer die gnostische leer later in contact kwam met het nieuwe christendom ontstond daaruit een christelijke variant (meestal “gnostiek” genoemd) die vooral in de tweede eeuw nogal wat impact had, zoals de documentenvondst bij Nag Hammadi heeft aangetoond.

De “legitieme” rooms-katholieke kerk heeft de gnostiek altijd als ketterij beschouwd maar is er nooit in geslaagd het gnostische gedachtengoed helemaal uit te bannen. Het is, net als het dualisme zelf, altijd latent aanwezig geweest binnen de christelijke leer.

De meeste gelovigen zijn er ongetwijfeld van overtuigd dat de rooms-katholieke kerk gesticht is door Jezus Christus maar dat klopt niet. Christus heeft helemaal geen kerk gesticht. De eerste eeuwen van het christendom waren, om het voorzichtig uit te drukken, vrij chaotisch. Er waren tal van strekkingen die dikwijls lijnrecht tegenover mekaar stonden. De ommekeer kwam er pas toen de Romeinse keizer Constantijn, om redenen die veel meer met politiek en macht dan met religie te maken hadden, het christendom als staatsgodsdienst instelde. Op het concilie van Nicea zou de “rooms-katholieke variant” het uiteindelijk halen. Maar in Nicea werden de beslissingen niet bepaald bij consensus genomen en alle andere strekkingen die hun gedachtengoed moesten afzweren verdwenen niet zomaar van de aardbodem. Het is zeker gaan toeval dat wanneer rond de millenniumwende allerhande protestbewegingen de kop opsteken, de gnostiek daarbij prominent aanwezig is.

In recente historische studies wordt nog een andere reden aangevoerd waarom de rooms-katholieke kerk vrijwel alle ketterse bewegingen “manichexc3xafstisch” noemde. Door alle dissidente groepen ten onrechte onder xc3xa9xc3xa9n noemer te plaatsen leek het alsof de kerk belaagd werd door een machtige tegenstander en kon ze zo haar harde repressie rechtvaardigen. Een interessante stelling die het zeker verdient om verder onderzocht te worden.

De katharen in de Languedoc

We kunnen dus rustig spreken van een ware vloedgolf van dissidente ideexc3xabn die de hele westerse wereld overspoelt rond de millenniumwende, een tijdstip waar door velen angstig werd naar uitgekeken. Een goede illustratie daarvan is de kroniekschrijver Raoul Glaber die de vijf boeken uit zijn “Historiarum libri quinque” baseerde op de apocalyptische profetie: “En als duizend jaren voorbij zijn, zal Satan uit zijn kerker worden vrijgelaten…” Al moeten we Raoul met een grote korrel zout nemen. In zijn “The formation of a persecuting society” schrijft de Engelse medievist Robert Moore: “Raoul hield zich nog minder dan de meeste van zijn tijdgenoten bezig met wat een moderne mens zich voorstelt bij ‘feiten’, en is dus geen betrouwbaar kroniekschrijver.”

De aanvankelijk wat afwachtende houding van de kerk verandert snel.
En de repressie is hard, zeer hard…

Behalve in de Languedoc…

Hoewel de ketters aanvankelijk ook in het Italiaanse Lombardije met rust gelaten worden vanwege de wankele politieke situatie en de onenigheid tussen paus en keizer, slagen zij er enkel in de Languedoc in uit te groeien tot een echte “tegenkerk”. Waar overal elders in het westen de brandstapels opvlammen gebeurt dat niet in de Languedoc. Vanwaar die opvallende tolerantie in het zuiden?

Daar zijn een aantal redenen voor. Het gebied ligt op een kruispunt van verschillende invloeden en culturen. Gallixc3xabrs, Romeinen, Wisigothen, Franken, … ze waren er allemaal en allemaal drukten ze hun stempel op de samenleving. Door de verovering van nagenoeg heel Spanje door de Almohaden komen er contacten met de Islam. Er leven ook grote gemeenschappen joden in de zuidelijke graafschappen. Er zijn de belangrijke Middellandse Zeehavens. Al die invloeden hebben niet alleen voor een grote culturele bloei gezorgd, ze hebben ongetwijfeld ook de plaatselijke bevolking en hun heren verdraagzamer gemaakt en hun geleerd dat begrippen als eerlijkheid en rechtschapenheid geen rooms-katholieke exclusiviteit zijn. Veel joden hebben invloedrijke posities aan het hof van de graaf van Toulouse, elders zou dat ondenkbaar zijn. Tenslotte, en dat is misschien wel de belangrijkste reden, is een groot deel van de adel (vooral de vrouwen) zxc3xa8lf aanhanger van de kathaarse leer. Al deze elementen samen zorgen ervoor dat de paus met al zijn banbliksems de graven van Toulouse, Foix en Carcassonne nooit zal kunnen bewegen tot een hard optreden tegen de ketters.

Een typische uiting van die tolerante mentaliteit zijn de vaak georganiseerde openbare debatten. Kathaarse of waldenzische en katholieke geestelijken proberen de aanwezigen en elkaar te overtuigen met theologische argumenten. Speciaal aangeduide scheidsrechters moeten beslissen wie als overwinnaar uit de arena komt. Bij de deelnemers zijn er gewoonlijk niet van de minste, vaak abten of bisschoppen en onder het publiek bevindt zeer dikwijls de plaatselijke adel. Een aantal van deze debatten zijn in de kronieken beschreven. Stel u de verbijstering voor van de noorderlingen die aan de daar heersende repressie gewend zijn.

Wat niet wil zeggen dat er niets wordt ondernomen, de kerk doet wat ze kan. In 1145 wordt xc3xa9xc3xa9n van de “grote kanonnen”, Bernard van Clairvaux (de latere Sint-Bernard), naar de Languedoc gestuurd. Hij en zijn gevolg worden er koel ontvangen. In Verfeil verlaten de plaatselijke ridders de kerk als hij hen hun lakse houding verwijt. Bernard volgt hen en wil buiten op het markplein zijn preek voortzetten, maar de omwonenden maken zoveel kabaal met potten en pannen dat niemand nog een woord verstaat. Veel succes heeft zijn missie dus niet. De kerk zal met zwaardere maatregelen moeten uitpakken en zal dat ook doen.

Saint-Fxc3xa9lix-en-Lauragais

Maar zover is het nog niet, voorlopig krijgen de ketters alle kans zich te organiseren en dat doen ze ook. In 1167 wordt in Saint-Fxc3xa9lix-de-Caraman (nu het dorpje Saint-Fxc3xa9lix-en-Lauragais) een concilie gehouden dat wordt voorgezeten door Nicxc3xa9tas, een belangrijke dignitaris die daarvoor speciaal uit Constantinopel is overgekomen. Het concilie crexc3xabert vier nieuwe bisdommen. Naast die van Albi en “Frankrijk” (Champagne) die reeds bestonden, komen die van Toulouse, Agen, Carcassonne en Lombardije erbij. Aan het hoofd van elk bisdom staat een bisschop, geassisteerd door een “filius major” en een “filius minor”. Als de bisschop sterft wordt hij door zijn filius major opgevolgd en diens plaats wordt ingenomen door de filius minor. Uit de diakens wordt dan een nieuwe filius minor gekozen. Die diakens staan tussen de bisschop en de gewone parfaits en parfaites. Ze hebben een aantal kathaarse gemeenschappen onder zich die ze eens per maand bezoeken.

Aan de basis van de kathaarse hixc3xabrarchie staan dus de “parfaits”, zij zorgen voor het uitdragen van de kathaarse boodschap. De mannelijke parfaits trekken twee aan twee door het land om te prediken en helpen in ruil voor voedsel en onderdak de boeren op het land of de bevolking in de dorpen. ’s Avonds komen de mensen samen om naar hen te luisteren. De vrouwen leven meestal in kleine werkgemeenschappen in steden en dorpen.

Toch kan je de kathaarse hixc3xabrarchie niet vergelijken met de rooms-katholieke. Ook een kathaarse bisschop heeft maar de status van “parfait”. In tegenstelling tot de rooms-katholieke structuren is de kathaarse hixc3xabrarchie vooral een vorm van taakverdeling en organisatie en gaat het niet om meerderen en ondergeschikten.

Religie

Voor de katharen zijn alle zielen evenwaardig, het verschil zit hem alleen in het stoffelijke lichaam, een verschil dat totaal onbelangrijk is. Mannen en vrouwen zijn volkomen gelijk, zij kunnen beiden de status van “parfait” bereiken, prediken en voorgaan bij religieuze bijeenkomsten. In de hedendaagse rooms-katholieke kerk is zoiets nu nog volstrekt ondenkbaar, laat staan in de middeleeuwen. Toch waren er nooit vrouwelijke diakens of bisschoppen maar dat heeft vermoedelijk te maken met de fysieke vereisten van die functies. Voortdurend rondreizen was voor vrouwen in de middeleeuwen niet evident.

Hoe word je parfait? Daarvoor moet je (na een noviciaat) het “consolament” ontvangen, het enige sacrament dat de katharen kennen. Na het consolament ben je “christen” en moet je leven volgens strenge voorschriften, je moet eigenlijk een “regel” volgen zoals die ook bij de katholieke kloosterordes bestaat, je moet huis en familie verlaten, geen seksuele betrekkingen hebben, geen voedsel eten dat uit seksuele betrekkingen voortkomt, geen vlees, geen zuivelproducten (vreemd genoeg aten de katharen wel vis; men dacht toen dat die spontaan in het water groeide…), je mag geen persoonlijke bezittingen hebben, je moet leven van handenarbeid (bedelen is verboden), je mag geen mensen of dieren schade berokkenen of doden en je mag geen eden zweren.

Verder wordt er van je verwacht dat je de kathaarse boodschap uitdraagt en die wijkt op een aantal punten nogal af van de rooms-katholieke. Zoals de gnostici zijn de katharen dualisten, ze gaan er van uit dat er “twee principes” bestaan, je zou het ook twee scheppingen kunnen noemen, met een verschillende oorsprong: de goede geestelijke schepping en de slechte stoffelijke schepping. God is oneindig goed en wie oneindig goed is kan geen slechte dingen doen. Daaruit volgt dat God niet verantwoordelijk kan zijn voor het kwade in deze wereld. De ziel behoort tot de “goede” schepping maar bij de val van de engelen zijn een aantal van hen in handen gevallen van het slechte principe (Satan, de duivel, de demiurg, Rex Mundi,…) en opgesloten in een stoffelijk lichaam dat deel is van de “slechte” schepping.

De ziel is dus van oorsprong goed, want goddelijk, maar is dat in de loop der tijden “vergeten”. Om ze daaraan te “herinneren” heeft God uit mededogen Jezus Christus naar de aarde gestuurd. Die kwam als boodschapper, niet als “verlosser”. Christus was niet de zoon van God (de katharen aanvaarden geen Heilige Drievuldigheid) en ook geen mens maar een geestelijk wezen, noem het een engel (alles wat van God komt kan alleen maar geestelijk zijn), die slechts de gedaante van een mens had aangenomen. Voor de katharen was het volstrekt ondenkbaar dat God, die oneindig goed was, zijn eigen zoon naar de aarde zou sturen om door zijn lijden en dood de mensen te verlossen van een niet bestaande “erfzonde”. Het kruis is dus geen symbool van de verlossing maar een verwerpelijk martelwerktuig waarmee gepoogd werd de missie van Christus te doen mislukken.

Ook de eucharistie wordt door de katharen verworpen. Zij kennen wel de zegening van het brood bij het begin van de maaltijd (als herinnering aan de missie van Christus), maar ze verwerpen zonder meer het idee van de transsubstantiatie waarbij Christus zou aanwezig zijn in de hostie. Het is voor hen ondenkbaar dat God zich in zoiets laags en stoffelijks als een stuk brood zou manifesteren.

De ziel moet zich bewust worden van haar toestand, zodat zij aan de slechte wereld kan ontsnappen. Dat kan alleen door het enige sacrament dat de kathaarse kerk kent: het “consolament”, waardoor een kathaarse gelovige een “parfait” wordt. Wanneer iemand overlijdt die geen parfait is, kan de ziel dus ook niet naar God terugkeren en komt ze in een nieuw lichaam terecht. Dat kan dat van een mens zijn maar ook van een dier (voor wie niet goed en oprecht geleefd heeft). De katharen geloofden dus in rexc3xafncarnatie, al moeten we daar onmiddellijk aan toevoegen dat over dit aspect van de kathaarse religie niet zoveel bronnen te vinden zijn en er onder historici nog heel wat over gediscussieerd wordt.

Deze leer waarbij de principes van goed en kwaad altijd naast mekaar bestaan hebben, wordt ook het “absolute dualisme” genoemd, het was de leer van de katharen uit de Languedoc. Daarnaast is er ook een “gematigd dualisme” waarbij het “slechte principe”, de duivel, eigenlijk een engel was die zich uit eigen ambitie en uit eigen vrije wil met God wilde meten, daardoor ten val kwam en naar de aarde werd verbannen. Bij het absolute dualisme is er van die vrije wil geen sprake. Dat zgn. gematigd dualisme vinden we terug bij de bogomielen en bij de meeste kathaarse gemeenschappen in Italixc3xab. Het duikt ook op in de Languedoc tijdens de laatste jaren van de vervolging wanneer er bijna geen parfaits meer zijn en stilaan afwijkende opvattingen in de leer beginnen binnen te sijpelen.
http://home.scarlet.be/~mirepoix/religie/afbeeldingen/mas.jpg
Mas-Saintes-Puelles, een van de belangrijkste kathaarse plaatsen in de Lauragais. (foto: http://www.thoughtsandplaces.org)

Toch moeten we voorzichtig zijn met onze interpretaties van het kathaarse dualisme. Het grootste deel van de informatie waarover we beschikken komt uit ondervragingen van de Inquisitie. De inquisiteurs wilden vooral bekentenissen lospeuteren en werkten daarom meestal met standaardvragen, ze werkten gewoon hun lijstje af. Die vragen waren vooral toegespitst op de verschillen tussen beide religies. Een aantal aspecten van de kathaarse leer, die voor de Inquisitie niet “ketters” genoeg waren, kwamen zo veel minder aan bod.

Waren de katharen wel “katharen”?

Het lijkt misschien een rare vraag maar we willen ons even verdiepen in de oorsprong van het woord “kathaar”. Als je het bronmateriaal doorneemt, de middeleeuwse kronieken, de inquisitieverslagen en de kathaarse teksten, valt het meteen op: de katharen worden nergens “katharen” genoemd, wel “ketters” of wat positiever, “vrienden van God”, “goede mannen”, “goede vrouwen”,… Zelf noemen de parfaits zich gewoon “christenen”, soms “ware christenen”.

Toch lees je nog altijd, ook in zgn. “vakliteratuur”, dat “kathaar” afkomstig zou zijn van het Griekse “catharos” wat “gereinigd” betekent. Als dat werkelijk zo is, waarom werd het dan nooit gebruikt? Halverwege de 12de eeuw duikt het woord voor de eerste keer op in een tekst (een preek) van de Duitse monnik Eckbert von Schonau. Maar Eckbert heeft het over de ketters uit het Rijnland die “katharen” worden genoemd, niet die uit de Languedoc. Het zal dan nog een halve eeuw duren voor het woord ook opduikt buiten Duitsland. Telkens is het in de geschriften van tegenstanders en nooit in verband met de Languedoc. Zo verschijnt er rond 1200 een “De haeresi catharorum in Lombardia”, in 1241 een “Adversus catharos” en even later Rainier Sacconi’s “Summa de Catharis”.

Exc3xa9n van de (katholieke) theologen die zich toen al boog over deze kwestie was Alain de Lille die in zijn “De Fida Catholica” (“Over het katholieke geloof”, Montpellier 1200) o.m. deze verklaring geeft: “Men noemt ze katharen van catus (kat) omdat ze het achterste van een kat kussen…” Dat is heel wat anders dan “gereinigd”! Het was Jean Duvernoy die als eerste op deze mogelijkheid wees, daarin later bijgetreden door Michel Roquebert. Katten werden geassocieerd met satanisme? In het Rijnland en ook in onze streken werd een kat aanzien als de verpersoonlijking van Satan en de katharen werden op deze wijze “duivelaanbidders”. Predikten zij immers niet dat de duivel de wereld had geschapen?

Hoe is de benaming dan uiteindelijk toch in verband gebracht met de Languedoc? Eigenlijk is dat een heel recent gegeven. De meeste historici die in de loop der eeuwen over de katharen schreven, ook hun tijdgenoten, gebruikten uitsluitend “Albigeois”, “Albigenzen”. Ook de drie grote kroniekschrijvers (Pierre des Vaux-de-Cernay, Guillaume de Tudxc3xa8le en Guillaume de Puylaurens) deden dat, nergens tref je het woord “kathaar” aan in hun werk. Napolxc3xa9on Peyrat noemt in 1870 zijn opus magnus “Histoire des Albigeois” en niet “Histoire des Cathares”.

De eerste die dat wel doet is Charles Schmidt, een Elzasser wiens boek “Geschichte der Valdesier und Katharer” in het Frans de titel meekrijgt “Histoire et doctrine de la secte des Cathares ou Albigeois” (1848). Kort daarop worden de katharen “ontdekt” door de esoterie. De link naar het Griekse “catharos” is te dankbaar om te laten liggen. Een extra argument vinden ze bij Augustinus die een obscure Afrikaanse manichexc3xafsche secte beschrijft die zich “catharoi” of “zuiveren” noemde, al leefden die wel 8 eeuwen vxc3xb3xc3xb3r de katharen…

Kortom, we kunnen rustig besluiten dat het woord “kathaar” en de betekenis waarin we het gebruiken zijn oorsprong niet vindt in de 12de maar in de 19de eeuw.

Iets gelijkaardigs doet zich voor bij “parfait” of “volmaakte”. De kathaarse geestelijken noemden zichzelf niet “volmaakten”, maar gewoon “christenen” of “ware christenen”. Het Franse woord “parfait” is afkomstig van de Inquisitie. Iemand die het consolament had ontvangen werd door de Inquisitie een “volmaakte ketter” genoemd, in het Latijn “hereticus perfectus”, later ingekort tot “perfectus” of “parfait”.

ntussen zijn deze benamingen zo goed ingeburgerd dat vrijwel alle historici ze gebruiken als ze het over de ketters uit de Languedoc hebben. Wij dus ook, daarbij steeds in ons achterhoofd houdend dat de katharen zelf het woord “kathaar” niet kenden.

Katharisme van A tot Z

Verklarende woordenlijst

Als je de geschiedenis van de katharen en het katharisme bestudeert kom je onvermijdelijk een aantal namen en begrippen tegen die heel eigen zijn aan het onderwerp. De belangrijkste zijn hier samengebracht in een verklarende woordenlijst die in de toekomst nog verder zal aangevuld worden.

Albigenzen
Auditeur
Bogomielen
Chrxc3xa9tien – Christen
Consolament

Convenenza
Croyant
Dualisme
Endura
Faidit

Goed en Kwaad
Jezus
Kathaar
Manichexc3xafsme
Melhorament

Parfaits & Parfaites
Receptatores
Relaps
Vrouwen
Yahweh

Albigenzen

De katharen noemden zichzelf ‘christenen’ (chrxc3xa9tiens) of ‘vrienden van God’ (amis de Dieu). Ze hadden geen andere naam voor zichzelf waarmee ze zich onderscheidden van de kerk van Rome. En ook de kerk had die niet. (Het woord ‘kathaar’ kwam pas veel later in zwang, zie aldaar.)

Om ze toch te kunnen benoemen als aparte groepering gaven de tijdgenoten van de katharen ze aanvankelijk de naam ‘Albigenzen’, naar de stad Albi. De kruistocht tegen de katharen kreeg daarom de naam ‘Croisade albigeoise’, kruistocht tegen de Albigenzen.

Als je de middeleeuwse kronieken leest (zie de pagina ‘Teksten & Documenten’), zul je zien dat naar de strijd tegen de katharen en hun beschermers verwezen wordt als ‘l’affaire albigeoise’, ‘de albigenzische kwestie”

Auditeur – Croyant – Chrxc3xa9tien

De katharen onderscheidden drie niveaus van betrokkenheid bij hun kerk. Men kon auditeur zijn (toehoorder), croyant (gelovige) of chrxc3xa9tien (christen).

Een chrxc3xa9tien was een kathaar die de wijding van het consolament had ontvangen. Zij werden door de Inquisitie ‘hereticus perfectus’ genoemd en kregen daardoor later de bijnaam ‘parfait’.

De croyants geloofden in de juistheid van de kathaarse leer, maar ondergingen geen wijding. Ze rekenden er echter op vxc3xb3xc3xb3r hun dood een vereenvoudigde vorm van het consolament te kunnen ontvangen als een sacrament der stervenden. De kathaarse kerk legde de croyant geen enkel gebod of verbod op. Dat bracht de roomse kerk ertoe de katharen laksheid te verwijten; de katharen zouden de gelovigen geen voorschriften geven hoe te leven. De getuigenissen voor de inquisitie leren ons dat de croyants veel respect hadden voor hun kerk en daar wel degelijk hun levenswijze op baseerden.

De auditeurs waren degenen die welwillend tegenover het katharisme stonden, zonder daar persoonlijke gevolgen voor hun leven aan te verbinden.

Opmerkelijk is dat de katharen geen benaming hadden voor een ongelovige. Voor de kerk van Rome was ongelovigheid in die tijd ontoelaatbaar en al een reden voor zware bestraffing. Voor de katharen niet. Voor hen was de vrijheid om te geloven of niet te geloven zelfs een principieel onderdeel van hun religieuze overtuiging. Een geloof dat onder dwang en dus niet uit eigen overtuiging tot stand was gekomen was voor hen zinloos. Alleen de bewuste keus of de bewuste wil maakte voor hen een geloof betekenisvol. Daarom kon volgens hen het sacrament der stervenden niet gegeven worden aan iemand in coma als die niet daarvoor zelf had kenbaar gemaakt dit ritueel te willen ontvangen, want zonder bewuste en kenbaar gemaakte keus was het hele ritueel volgens hen zinloos. De kathaarse rituelen zijn bezegelingen van een eerder gemaakte keus. Zie ook convenenza.

Bogomielen

De eerste tekenen van een soort kathaars christendom komen uit de Balkan. Er is een tekst van ene Cosmas de Priester, uit ongeveer 970, waarin vermeld wordt dat een bogomiel een vorm van katharisme zou hebben gepreekt in Bulgarije. Bogomiel is Bulgaars voor ‘vriend van God’, een term waarmee ook de katharen zichzelf benoemden. Het zou zich toen al hebben verspreid over Griekenland, Klein-Azixc3xab, Dalmatixc3xab en Bosnixc3xab.

In een bericht over een bijeenkomst in 1167 van katharen in Saint-Fxc3xa9lix-Lauragais, Occitanixc3xab wordt melding gemaakt van een bisschop Nicetas uit Bulgarije.

Het bogomilisme is uit de geschiedenis verdwenen toen deze Oost-Europese gebieden door de Islam werden veroverd.

Consolament

Bezoek een website over de katharen, lees een toeristenfolder over ‘Le Pays Cathare’, en wat tref je aan als kenmerk van het katharisme?
Dit: ‘De katharen beschouwen de stoffelijke werkelijkheid als het rijk van het Kwaad’.

Dat zou betekenen dat de katharen alles wat stoffelijk is, zoals de aarde en het menselijk lichaam als minderwaardig zouden beschouwen, als behorend tot het kwaad. Dit misverstand is al duizenden malen overgeschreven van andere websites en andere toeristenfolders. Het wordt herhaald en herhaald en herhaald, tot het werkelijk lijkt alsof het zo is, omdat iedereen het zo zegt, en dan moet het wel waar zijn. Maar het is niet waar.

Hoe is het dan wel?
Hoe het wel is vinden we bijvoorbeeld in de beschrijving van het belangrijkste ritueel van de katharen, het Consolament (Lat.Consolamentum). Verschillende teksten daarover werden na de tweede wereldoorlog herontdekt. Je vindt het ook in de belangrijke kathaarse tekst ‘Liber de duobis principiis’, het boek van de twee principes.

In geen enkele van deze teksten wordt gesproken over de verwerping van de stoffelijke werkelijkheid als kenmerkend voor het katharisme, want daar gaat het katharisme helemaal niet over. Die teksten gaan erover dat een mens in zijn leven een keus kan maken tussen twee ‘werelden’. De ene wereld wordt geregeerd door geweld en leugens, de andere door geweldloosheid en waarheid.

Het Consolament, het belangijkste ritueel van de katharen, viert dat iemand, man of vrouw, heeft gekozen voor een leven van geweldloosheid en waarheid. Die keus wordt in het Consolament ritueel bevestigd. Tijdens dat ritueel belooft de kathaar onder andere dat hij zich geweldloos zal gedragen en altijd de waarheid zal spreken. En dat heeft niets, maar dan ook helemaal niets te maken met stoffelijk en niet-stoffelijk.

Het woord ‘hereticus’, ketter, stamt etymologisch van een woord dat betekent: hij die een keus maakt. Het woord ‘hereticus’ is daarom een geheel correcte betiteling van de katharen. Een kathaar is dus niet iemand die de materie afwijst, maar iemand die een keus maakt voor een geweldloze en waarachtige manier van leven, voor een wereld zonder dwang. Volgens de katharen was dat de ware navolging van Christus. En ze onderscheidden zich daarmee van de kerk van Rome die wel het geweld had omarmd en daarom volgens de katharen behoorde tot het ‘rijk van het kwaad’.

Principixc3xable geweldloosheid, dat is wat de katharen allereerst onderscheidt van de kerk van Rome, en niet de afwijzing van de materie. In die afwijzing van geweld past ook dat de katharen Jezus zagen als een breuk met de wraakzucht en gewelddadigheid van Jahweh, de god van het Oude Testament. Ook de verwerping van Jahweh is een kenmerk van het katharisme.

Een derde punt is dat Jezus volgens de katharen niet aan het kruis is gestorven om te boeten voor de zonden van de mensheid. Die kernboodschap van de kerk van Rome had voor hen geen enkele betekenis. Voor hen was Jezus iemand die de mens opriep tot een bepaalde leefwijze, waar je wel of niet voor kon kiezen.

Er zijn dus voldoende heldere kenmerken om de katharen te onderscheiden van de kerk van Rome. De vermeende afwijzing van de stoffelijke werkelijkheid door de katharen speelt daarin geen enkele rol.
Het Consolamentum is voor de katharen de rituele overgang van de wereld van geweld en leugens naar de wereld van geweldloosheid en waarheid. Het is een echte ‘rite de passage’.
Een uitvoerige beschrijving van dit ritueel vindt men in het boek van Bram Moerland, ‘Katharen en de val van Montsxc3xa9gur’.

Convenenza

Occitaans woord voor ‘overeenkomst’. Om het Consolament der stervenden te ontvangen moest de betrokkene nog helder van geest zijn. Hij moest een aantal vragen kunnen beantwoorden en de nodige gebeden kunnen opzeggen.

Soms kon dat een probleem zijn. Bij de belegering van Montsxc3xa9gur bijvoorbeeld, riskeerden de soldaten van het garnizoen op elk moment dodelijk getroffen te worden. Om ze toch de mogelijkheid te geven op een “goed einde”, ook als ze zeer zwaar gewond of zelfs in coma waren, werd de ‘convenenza’ ingevoerd. Betrokkene trof dan vooraf een overeenkomst met de kathaarse parfaits, waardoor hij bij zijn dood het Consolament kon ontvangen, ook als hij er niet meer zelf om kon vragen.

Dualisme

Men vertelt gewoonlijk dat kenmerkend voor de katharen zou zijn dat ze geloofden in twee aparte scheppingen, een goede schepping en een kwade schepping. Alles wat materieel is (dus ook het menselijk lichaam) zou behoren tot de kwade schepping; alles wat geestelijk is (zoals de ziel) behoort dan tot de goede schepping. Daar wordt dan meestal het verwijt aan toegevoegd dat men het katharisme niet serieus kan nemen, omdat het wereldvreemd zou zijn.
Is dat verwijt terecht?

Dat verwijt is niet terecht.
Het is waar, ook in de gnostische en kathaarse geschriften vindt men soms een heftige afkeer van het lichaam en alles wat stoffelijk is. Maar die afkeer is niet kenmerkend voor het katharisme. Het stamt van de filosoof Plato, die omstreeks 300 vC. leefde en in zijn boek ‘de Phaedo’ enthousiast beschreef hoe de dood een verlossing betekent van de ziel uit de gevangenschap in een verderfelijk lichaam.
Hij beschouwde het lichaam als de kerker van de ziel.

Dat beeld van een verheven geestelijke ziel gevangen in een verderfelijk stoffelijk lichaam komt voor in veel religieuze teksten van de klassieke oudheid. Het jodendom kent dit dualisme van materie en geest, van lichaam en ziel niet. Het doortrekt echter nagenoeg het gehele christendom, zodra dat in de eerste eeuwen onder invloed raakt van de Griekse filosofie.

Van de kerkvader Origenes (185-254) wordt verteld dat hij zichzelf castreerde om zich te bevrijden van zijn ‘lage’ seksuele aandriften. Dat is waarschijnlijk niet meer dan een sterk verhaal, maar het illustreert wel de afkeer die er in de eerste eeuwen bestond tegen de lichamelijkheid, niet alleen onder de gnostici, maar evengoed onder de christelijke kerkvaders, want de zelfcastratie van Origenes werd door hen met grote bewondering vermeld.

Kerkvader Augustinus spreekt in navolging van Plato over de ‘lage lusten van de zinnen’ waarmee het zondige lichaam de geestelijke ziel aan zich bindt en gevangen houdt.

Bij rooms-katholieke tijdgenoten van de katharen vindt men dezelfde verachting van het lichamelijke, zowel bij Bernardus van Clairvaux als bij Franciscus van Assisi. Niet minder dan schokkend is de houding van Franciscus tegenover zijn eigen ‘zondige’ lichaam, dat hij veelvuldig tot bloedens toe kastijdde. En sprak de protestant Calvijn zelfs enkele eeuwen na de katharen niet nog over ‘de zondigheid des vlezes’? Luther zei in zijn beroemde stellingen die hij spijkerde aan de kerkdeur van Wittenberg dat het besef van zonde zonder betekenis is als het niet samengaat met ‘de dood van het vlees’.

De katholieke kerkvaders uit de eerste eeuwen van het christendom, de katholieke tijdgenoten van de katharen, en de latere grondleggers van het protestantisme vertonen vaak een welhaast obsessieve angst voor ‘het vlees’.

Zo’n obssessieve angst voor het lichaam treft men in geen enkele kathaarse tekst aan. Het dualisme van lichaam en ziel vindt men weliswaar ook daar, maar het heeft er een geheel andere kleur, omdat men bij de katharen de nadruk legt op de vrijheid als kenmerk van een geestelijk leven en niet op de zondigheid van het lichaam.

De afwijzing van het lichaam zoals we die soms toch in oude kathaarse teksten vinden, komt ons nu vreemd voor. Maar als we de teksten van de rooms-katholieke heiligen uit diezelfde tijd zouden lezen, zouden we even vreemd opkijken want daar vinden we precies hetzelfde negatieve oordeel over het lichaam, en dan vaak nog veel krachtiger uitgedrukt dan bij de katharen.

Het dualisme van lichaam en ziel kan daarom niet dienen om het katharisme te onderscheiden van andere christelijke stromingen uit dezelfde tijd. Toch komen we in veel studies en websites over het katharisme juist dat aspect tegen als kenmerkend voor het katharisme, en zelfs als een verwijt tegen het katharisme.

Het dualisme van materie en geest, van lichaam en ziel is dus niet kenmerkend voor de katharen. Men vindt dat ook bij de vroegere rooms-katholieke kerkvaders, bij de rooms-katholieke heiligen uit de tijd van het katharisme en bij de grondleggers van het latere protestantisme. Het grote verschil met het katharisme zit in de toepassing van dit dualisme op het dagelijkse leven, bijvoorbeeld bij de rol die aan vrouwen werd toegekend. Als we willen weten wat de katharen onderscheidt van de kerk moeten we daar dus vooral op letten.

Endura

Van een ernstig zieke die het consolament had ontvangen als een sacrament der stervenden, werd verwacht dat hij zich daarna zou houden aan de leefregels zoals die ook golden voor een parfait: geweldloosheid, waarheid spreken, vegetarisch eten, celibatair leven. De endura hield in ‘het volhouden van deze leefregels’. De katharen geloofden dat de zegening van het consolament zijn feitelijke werking zou verliezen zodra de ontvanger een van de beloofde leefregels zou overtreden.

Er bestaat een sterk verhaal dat de zieke na het consolament zou moeten vasten tot de dood volgde, zich dus zou moeten doodhongeren. Er werd zelfs beweerd dat sommigen daarbij ‘een handje geholpen’ werden. De historische werkelijkheid is geheel anders. Wie het cConsolament als een sacrament der stervenden had ontvangen en weer genas kon daarna weer overgaan tot zijn gewone leven, en later opnieuw het consolament vragen.

Het is niet zo moeilijk uit te vissen waar de geruchten dat de endura een verplichte zelfmoord zou zijn vandaan kwamen. Bij het consolament voor de stervenden werd dikwijls gewacht tot de zieke er zo slecht aan toe was dat herstel nagenoeg uitgesloten was (soms werd zelfs gewacht tot betrokkene niet meer kxc3xb3n eten). Het kwam dus frequent voor dat de zieke overleed tijdens de drie vastendagen die op het consolament volgden. In de inquisitieverslagen kan je dan ook nogal eens de zin lezen ‘mort en endura’ (gestorven tijdens de endura). Voor de propagandamachine van de kerk van Rome was dat voldoende om te beweren dat de endura een rituele zelfmoord was.

Tenslotte nog dit: als je vraagt naar de betekenis van het woord ‘endura’ aan iemand die de occitaanse taal machtig is, dan zal die je ongetwijfeld zeggen dat het “vasten” betekent, een woord dat ook goed bekend is bij rooms-katholieken. Toch zal niemand het in zijn hoofd halen te beweren dat de veertigdaagse vastenperiode voor Pasen gelijkstaat met een ‘rituele zelfmoord’…

Faydit

Faydit was de naam die men gaf aan een landheer die schuldig was bevonden aan ketterij (dat betekende niet noodzakelijk dat hij zelf een ketter was, bescherming bieden aan ketters was voldoende) en als gevolg daarvan uit zijn gebieden werd verdreven. Die gebieden werden vervolgens overgedragen aan een kruisridder die zich speciaal had onderscheiden in de strijd of (vanaf 1229) soms ook rechtstreeks aan de Franse koning..

Veel faydits vluchtten naar Aragon maar sommigen sloten ook vrede met de bezetter en de kerk in de hoop zo hun eigendommen terug te krijgen. Dat ging gepaard met zware boetes en sancties, bijvoorbeeld een klooster onderhouden of een kerk bouwen, de inquisitie steunen in haar werkzaamheden en meestal ook deelname aan een kruistocht naar Jeruzalem.

De meeste faydits gingen in het verzet. Zij vormden de ruggengraat van de strijdmacht waarmee Raymond VII vanaf 1215 zijn hele gebied heroverde. Maar die herovering was maar tijdelijk. Na het verdrag van Parijs (1229) verstevigde de Franse kroon stilaan haar greep op de Languedoc en moesten de faydits weer op de vlucht, ditmaal voorgoed.

Goed en Kwaad

De katharen onderscheidden twee werelden, een goede en een slechte. De slechte wereld is ‘het rijk van het kwaad’ en de goede wereld is ‘het koninkrijk’. Wat is het wezenlijke onderscheid tussen die twee werelden?

Het rijk van het kwaad is de wereld waarin angst en geweld regeren. Het koninkrijk is de wereld van liefde en geweldloosheid. Het verschil tussen deze twee werelden berust op ethische principes. Deze opvatting van de katharen is een ethisch dualisme. Dat kathaarse onderscheid tussen het rijk van het kwaad en het koninkrijk heeft dus niets te maken met het andere dualisme, namelijk dat van materie en geest, en het dient daarvan nadrukkelijk te worden onderscheiden.

De katharen rekenden de kerk van Rome tot het rijk van het kwaad, omdat de kerk niet schroomde angst en geweld als middel aan te wenden om mensen te ‘bekeren’ tot hun versie van het christendom. Het aanwenden van angst en geweld was voor de katharen het criterium om de kerk van Rome tot het rijk van het kwaad te rekenen en niet dat de kerk van Rome ‘stoffelijk’ zou zijn.

In het consolament vieren de katharen de rituele overgang van het rijk van het kwaad, dat is dus de wereld van angst en geweld, naar het koninkrijk. Van de wijdeling wordt verwacht dat hij tijdens de rite van het consolament beloftes zal afleggen voor een geweldloos leven. Daar horen nog wat andere aspecten bij, maar het wezenlijke is dat de wijdeling christen wordt door zijn keuze voor een bepaald gedrag. Als de wijdeling door zijn gedrag zijn beloftes breekt, houdt hij daardoor op een christen te zijn.
Ook hier zien we dus een streng ethisch principe als grondslag voor het al dan niet christen zijn. De wijdeling wordt geen ‘geestelijke’ zoals in de kerk van Rome. In de kerk van Rome wordt een priester een ‘geestelijke’ door de materie af te zweren. Niets daarvan vindt je bij de wijding tot christen in het consolament. Een kathaar wordt een christen door een levenswijze in navolging van Christus.

Er is een anekdote over Franciscus van Assisi. Hij wandelde met een gezelschap monniken door een berglandschap langs een meer. ’s Avonds vertelde een monnik hoezeer hij genoten had van de schoonheid van de natuur. Hij werd onmiddellijk door Franciscus gecorrigeerd. Door zich te verlustigen in de stoffelijke schepping had hij onvoldoende besef getoond van zijn zondigheid. Deze anekdote over Franciscus berust waarschijnlijk op fantasie. Maar hij is niettemin betekenisvol, want hij werd verteld om te laten zien dat Franciscus echt een goed katholiek was. Kijk, dat het kwaad verbonden is met de materie, dat vind je daar dus.

Goed en kwaad heeft volgens de katharen niets te maken met materie en geest, maar met gedrag, en dat is iets heel anders.

Jezus

Voor de katharen was Jezus een goddelijke boodschapper die de mens kwam oproepen zichzelf te herinnneren en zich zo weer met de goddelijke vonk in zichzelf te verbinden. Jezus was ook degene die met zijn leven een voorbeeld ter navolging stelde.

Christen is men volgens de katharen door te kiezen voor een levenswijze van geweldloosheid en waarachtigheid. Een mens kan zo leven omdat hij door de goddelijke vonk die in hem schuilt verbonden is met de God van Liefde die Jezus ‘mijn Vader’ noemt.

In de kerk van Rome en in het latere protestantisme is Jezus de zoon van God die op aarde neerdaalde om hier met zijn lijden te boeten voor de zonden van de mens. De katharen wezen deze uitleg van het lijden van Jezus stellig af.

In de kerk van Rome en in het latere protestantisme ziet men het geloof als het middel tot verlossing. Ook dat telde voor de katharen niet. Tegenover het geloof stelden zij het gedrag van een mens. Niet het geloof, maar het gedrag van een mens bepaalt of hij christen is. Als een mens koos voor een levenswijze in navolging van Jezus, vierden de katharen dat in het ritueel van het consolament.

Kathaar

Het woord ‘kathaar’ duikt voor de eerste keer op in 1163 in een Duitse tekst van Eckbert von Schonau. Het was een verlatinisering van het Duitse woord ‘Katzer,’ waarmee vermeende duivelaanbidders werden aangeduid. De duivel zou zich in de gedaante van een kat onder de mensen begeven en de ‘Katzer’ zouden de duivel vereren door het achterwerk van een kat te kussen. De katholieke theoloog Alain de Lille schrijft in 1200 over de Katzer: ‘zij kussen het achterste van een kat…’. Vermits een kat toen een duivels dier was, werd zo de link gelegd met satanisme.

Het woord ‘Katzer’ (en dus ook het woord ‘catharos)’ was dus een scheldwoord!
De katharen zelf gebruikten het woord in geen geval. Zij noemden zichzelf eenvoudigweg chrxc3xa9tiens, christenen, of amis de Dieu, vrienden van God. Door anderen werden zij in hun tijd meestal albigenzen genoemd, naar de stad Albi.

Charles Schmidt, een Duitser, schreef in 1849 een artikel over de ‘Albigenser Katzer.’ Dat werd in het Frans vertaald als ‘Cathares Albigeois.’ Dat was de eerste keer dat het woord ‘Cathares’ in de Franse taal gebruikt werd, dus pas ruim vijf eeuwen nadat de laatste ‘kathaar’ verbrand was. Dat woord begon vervolgens een eigen leven te leiden en werd de aanduiding van degenen die men daarvoor meestal ‘albigenzen’ had genoemd.

Het Nederlandse woord ‘ketter’ is een verbastering van het oorspronkelijk Duitse woord ‘Katzer.’ Het woord ‘ketter’ is dus niet afgeleid van het woord ‘kathaar’, zoals wel beweerd wordt.

De ‘katharen,’ zoals we ze toch maar zullen blijven noemen, bij gebrek aan een beter woord en omdat dat nu eenmaal gebruikelijk is geworden, kenden het woord ‘kathaar’ dus zelf helemaal niet! En ze hadden dus al helemaal geen weet van de betekenissen die tegenwoordig op grond van dat woord soms aan hen worden toegekend. Het is bijna gebruikelijk geworden te vertellen dat het woord kathaar afgeleid is van ‘katharsis,’ zuivering. De katharen worden op grond daarvan ook wel ‘de zuiveren’ genoemd. Maar dat is dus geheel onterecht.

Manichexc3xafsme

Waren de katharen werkelijk ‘manicheexc3xabrs’? De reden waarom de katholieke inquisiteurs de katharen als manicheexc3xabrs bestempelden, komt voort uit hun juridische manier van denken. Men moest een geldig argument hebben om de katharen te kunnen vervolgen en greep daarvoor terug op de oude veroordeling van het manichexc3xafsme door Augustinus. Augustinus had een soort determineerlijst van ketterijen opgesteld. Hij beschouwde het manichexc3xafsme als de meest verderfelijke ketterij en hij stelde dat het Gods wil was dat deze ketters gedood werden.

Ene Guibert, abt van Nogent, verklaart in 1114 dat van alle dwalingen die Augustinus beschreven heeft, het manichexc3xafsme nog het meest lijkt op de nieuwe dwaling. Daarmee had men een geldig argument gevonden om de katharen te bestrijden en te doden.

Het katharisme is echter geen manichexc3xafsme, ook al zijn er overeenkomsten. Het katharisme is zo goed als zeker niet uit het manichexc3xafsme ontstaan. Het huidig onderzoek naar de oorsprong van het katharisme richt zich meer op een veronderstelde historische continuxc3xafteit vanaf het vroege christendom, waarbij het katharisme als een onderdeel wordt beschouwd van een brede en zeer gevarieerde gnostische beweging, die er in allerlei varianten al vanaf de eerste eeuwen in verschillende landen heeft bestaan, en die door de zich toen vormende kerk van Rome al vanaf eind tweede eeuw verketterd werd.

De vervolging van de katharen is een voortzetting van een oude vijandschap van de kerk van Rome jegens de gnostiek.

Melhorament

Een rituele begroeting wanneer een gelovige kathaar een parfait ontmoet. De gelovige maakte drie kniebuigingen en zegt: ‘Zegen mij, Heer, en bid God dat hij van mij een goed christen make en me begeleide naar een goed einde.’ Waarop de parfait antwoordt: ‘Dat God van u een goed christen moge maken en u begeleide naar een goed einde.

Parfaits & Parfaites

In de boeken van de rooms-katholieke inquisitie werden sommige katharen aangeduid als haereticus perfectus, een onmiskenbare ketter. Dat was iemand die de rituele wijding van het consolament had ontvangen en waarvan de betrokkenheid bij het katharisme dus buiten alle twijfel stond. Die kon zonder pardon meteen naar de brandstapel.

Het woord perfectus werd in het Frans parfait, en dat woord ging in latere eeuwen, evenals het woord kathaar, een geheel eigen leven leiden. Het zou betekenen dat er onder de katharen een aparte klasse van ingewijden was die een staat van spirituele perfectie hadden bereikt, de parfaits. De parfaits zouden dan degenen zijn die, als kathaar, een volledige katharsis hadden doorgemaakt en daardoor ‘gezuiverd’ waren van alle menselijke imperfecties.

De katharen gebruikten het woord parfait zelf beslist niet om iemand aan te duiden die een rituele wijding had ondergaan. Want dat was een term van hun vervolgers, de inquisitie! Zelf noemden ze iemand die de rituele wijding van het consolament had ontvangen, een chrxc3xa9tien, christen. Het volk gaf ze de naam bonhomme of bonnefemme.

Zelfs het idee van ‘zuivering’ is niet kathaars. Zuivering behoort bij een veronderstelde staat van eerdere onzuiverheid. Men kan slechts zuiver maken wat eerst onzuiver is. Welnu, het idee dat de mens aanvankelijk onzuiver zou zijn, berust geheel op het idee van de erfzonde zoals men dat in het traditionele christendom vindt. Daar wordt de mens door de doop met water gezuiverd van de erfzonde. Beweren dat de parfait door het ritueel van het consolament gezuiverd zou worden, is een volledig misverstaan van de kathaarse religie. Men geeft dan, geheel ten onrechte, aan het consolament in principe dezelfde betekenis als aan de kerkelijke doop, zij het met andere namen. Het katharisme kent echter het idee van een oorspronkelijke staat van onzuiverheid niet. Zuiverheid en onzuiverheid heeft helemaal niets met het katharisme en het consolament te maken. De uitleg van het woord parfait als ‘een zuivere’ is dus zowel historisch als theologisch geheel onjuist.

Receptatores

Mensen die willens en wetens katharen in hun huis ontvangen hadden. Hun wachtte, behalve gevangenisstraf, ook nog verbeurdverklaring van hun goederen. Vaak werden hun huizen met de grond gelijk gemaakt.

Relaps

Een relaps was een kathaar die eerder afgezworen had en vergeving had gekregen, maar later opnieuw deelnam aan kathaarse activiteiten. Zo iemand werd onverwijld tot de brandstapel veroordeeld.

Vrouwen

De gnostiek kent geen principieel onderscheid tussen mannen en vrouwen. Bij de gnostische vieringen konden ook vrouwen sacramentele functies verrichten. Dat treffen we ook aan bij de katharen.
Dat was in de kerk van Rome wel anders. De kerkvader Tertullianus, fel bestrijder van de gnostici, schreef over vrouwen: ‘Jullie zijn de poorten van de duivel. De toorn van God rust op jullie geslacht tot in deze tijd, zoals ook jullie schuld noodzakelijkerwijs voortleeft.’

Waar slaat dat op? In het eerste boek van het Oude Testament wordt verteld hoe Eva haar man Adam verleidde tot het eten van de boom van kennis van goed en kwaad, hoewel God dat streng verboden had. Sedertdien zouden alle vrouwen delen in de toorn Gods, meende Tertullianus, en niet alleen hij.

Als in het conflict tussen de kerk en de katharen in de twaalfde eeuw een delegatie van de paus een gesprek aangaat met een delegatie van de katharen blijkt er bij de katharen een vrouw deel van het gezelschap te zijn. De vertegenwoordiger van de paus roept ontsteld en verontwaardigd uit: ‘Vrouw, keer terug naar uw spinnewiel!’ Hij weigerde te onderhandelen met een vrouw. Het zou Esclarmonde de Foix betreffen, een kathaarse parfaite, en zus van de graaf van Foix.

We bespraken elders het dualisme van materie en geest, dat we zowel bij de katharen als de kerk van Rome vinden. Maar de katharen pasten dat in de praktijk van het leven geheel anders toe dan de kerk, zeker wat betreft hun houding tegenover de vrouwen. Voor de katharen gold zowel voor mannen als vrouwen dat ze een geestelijke ziel hebben in een stoffelijk lichaam. Waar de kerk de nadruk legt op de zondigheid van het vlees, telt voor de katharen vooral het geestelijk aspect van de mens.

Omdat de gnostici het geestelijke deel van de mensen zien als van goddelijke oorsprong, en als datgene wat ze gemeen hebben met de geestelijke wereld, zijn daarom voor hen vrouwen en mannen in spirituele zin volstrekt gelijkwaardig. De uiterlijke verschillen tussen de stoffelijke lichamen van mannen en vrouwen, zijn voor hen van geen enkel belang.

Voor de kerk echter zijn de vrouwen verbonden met de zondige materie, en mannen met de verheven geest. Daarom mogen vrouwen in de kerk geen sacramentele taken verrichten. Ze zijn namelijk niet ‘geestelijk’. Vrouwen zijn in de kerk letterlijk de belichaming van ‘de zondigheid des vlezes’, en worden daar gezien als degenen die steeds maar weer met hun ‘lage listen en lusten’ de mannen tot de zonde verleiden, precies zoals ook Adam werd verleid door Eva. Men komt onder de aanhangers van de kerk zelfs de overtuiging tegen dat vrouwen geen ziel bezitten, dus alleen ‘zondig vlees’ zijn.

Voor de katharen zijn vrouwen, net als mannen, in eerst instantie geestelijke wezens, en daarom principieel aan elkaar gelijk

Yahweh

Volgens de katharen was Jahweh de verpersoonlijking van het kwaad op aarde. Hij was dus beslist niet ‘de Vader’ waar Jezus over sprak. Daarom zien de katharen Jezus* als een breuk met het Oude Testament, en niet als de vervulling daarvan.

Rituel de Dublin

Rituel de Dublin

In een verzameling manuscripten die als “Waldenzisch” gecatalogeerd stonden en via een hele omweg in de bibliotheek van het Trinity College in Dublin waren terecht gekomen ontdekte de Belgische filoloog Theo Venckeleer dat xc3xa9xc3xa9n van de mansucripten niet waldenzisch maar kathaars was. Hij publiceerde de volledige tekst in 1960 (“Un recueil cathare: le manuscrit A 6 10 de la Collection vaudoise de Dublin”).

De tekst, opnieuw een deel van een rituaal, is zeer interessant. De eerste elf hoofdstukjes vormen een soort “cathechismus” van het katharisme, gebaseerd op teksten en uitspraken uit het Nieuwe Testament en bedoeld om “de kerk van God beter te doen kennen en begrijpen”, zoals de tekst zegt. Dit gedeelte ontbrak in de twee andere ritualen.

Het tweede gedeelte behandelt het “Onze Vader” maar op een totaal andere manier dan het Latijnse Rituaal uit Firenze. De tekst is vijf maal zo lang en voor het grootste deel gebaseerd op het Oude Testament (“Psalmen” en “Profeten”).

Je kan hier een Nederlandse vertaling lezen van het eerste deel van het “Rituel de Dublin”.
De tekst, vertaald door Willy Vanderzeypen, draagt als titel: “De kerk van God.”Het kathaarse
ritueel
van Dublin
Nederlandse vertaling van Willy Vanderzeypen
ALS
CATARS
http://www.katharen.be
INLEIDING EN COMMENTAAR
Sinds 1960 kunnen we de katharen zelf aan het woord laten om ons de essentie van hun
geloof te vertellen. De Belgische filoloog Theo Venckeleer publiceerde in de ‘Revue Belge
de Philologie et d’Histoire’ de occitaanse tekst van een kathaars manuscript. De tekst kwam
uit een waldenzisch boek dat zich in de bibliotheek van het Trinity College van Dublin bevond.
Het stond gekend als manuscript A 6 10 en is vandaag geklasseerd als manuscript 269.
Het document was reeds lang gekend. In het begin van de zeventiende eeuw werd het boek
door een protestants priester in de Alpijnse valleien van de waldenzen gevonden. Hij deed
dat in opdracht van de protestantse historicus Jean-Paul Perrin die de geschiedenis van de
waldenzen onderzocht. Later werd het boek verworven door de Ierse bisschop James Ussher.
Zo kwam het in Dublin terecht.
Ook de grote romanist Mario Esposito sprak over het document. Niemand herkende de inhoud
echter als kathaars. Men dacht dat het waldenzisch was, zoals de rest van het boek. Theo
Venckeleer wist als eerste het kathaarse karakter van het document te herkennen. Het was een
fragment van een kathaars ritueel. Het ingevoegde manuscript bestaat uit twee fragmenten: een
verhandeling over de kathaarse Kerk van God en een commentaar op het Pater.
Het boek waarin het document werd gevonden, dateert uit de tweede helft van de veertiende
eeuw. Dat is vrij vroeg voor een waldenzisch boek uit de Piemont waarvan de meeste pas uit
de vijftiende of zestiende eeuw dateren. Voor een kathaars werk daarentegen is die periode
vrij laat. Het document is echter slechts een ingevoegde kopie van een kathaars origineel
dat ouder is. Als we afgaan op de inhoud van het hoofdstuk over vervolging en martelaarschap,
dan kunnen we besluiten dat het origineel geschreven moet zijn na de instelling van
de inquisitie (1233-34), dus waarschijnlijk in de helft van de dertiende eeuw en in Noord-
Italixc3xab. Die datering van het origineel wordt bevestigd door bepaalde sterke inhoudsovereenkomsten
met de verhandeling van Moneta van Cremona, een dominicaan uit het
midden van de dertiende eeuw.
In de tekst van 1960 zijn heel wat fouten geslopen. Theo Venckeleer baseerde zich namelijk
op de eerste editie. Bij de lezing van het oorspronkelijk document had de uitgever niet altijd
goed opgelet. Die fouten zijn ook later hernomen door Dxc3xa9odat Rochxc3xa9. Dat heeft geleid tot
een aantal verkeerde interpretaties. Daarom heeft Anne Brenon in 1995 een nieuwe vertaling
gemaakt, vertrekkende van het gemicrofilmd origineel te Dublin. Het is haar tekst die ik
als basis heb gebruikt bij deze vertaling.
De verhandeling van de kathaarse ‘Kerk van God’ komt duidelijk over als een sermoen,
bestemd voor de kathaarse novice die op het punt stond om het consolamentum te ontvangen.
Het was niet bestemd voor publieke prediking maar voor intern gebruik, meestal bij de
wijding van een novice tot parfait(e). Het is een krachtige synthese van het godsdienstonderwijs
dat de postulant tijdens zijn noviciaat had meegekregen. Een gelijkaardige opbouw
is terug te vinden in het occitaanse ritueel van Lyon en het latijnse ritueel van Florence.
De argumentatie is helder en methodisch gestructureerd. Het geeft een duidelijk inzicht in
het theologische denken van de katharen. Daarin ligt het belang van deze tekst voor het
modern historisch-wetenschappelijk onderzoek van het katharisme. Want voordien beschikte
men niet over een dergelijk heldere, volledig en systematisch opgebouwde tekst, geschreven
door de katharen zelf. Het is een authentieke bron in tegenstelling met polemische katholieke
teksten die altijd vijandig gekleurd waren.
– 2 –
Het argumentatieschema zit duidelijk en logisch in elkaar en is gebaseerd op citaten uit de
Heilige Schrift, de enige autoriteit voor de katharen. Het schema definieert en rechtvaardigt
het bestaan van de kathaarse Kerk en haar praktijken, volledig gebaseerd op christelijke
inspiratie. Voor de luisterende novice was het ook een voorbereiding om verbaal goed gewapend
te zijn tegen de aanvallen van de katholieke Kerk. De herhalende ritmiek van de
tekst kan een aandachtige en gemotiveerde toehoorder, die de novice zeker was, ook in een
bepaalde geestelijke toestand hebben gebracht.
De verhandeling van ‘De Kerk van God’ is onderverdeeld in elf hoofdstukken.
– Het eerste hoofdstuk geeft een evangelische definitie van de kathaarse Kerk als een conglomeraat
van gelovigen en clerus rond Jezus Christus. Het is een levende Kerk rond een
levende God, zonder kerkgebouwen, kortom een zuiver spirituele Kerk.
– In het tweede hoofdstuk toont men aan dat de kathaarse Kerk degene is die van Christus
de macht heeft gekregen om te verbinden en ontbinden en niet de slechte Romeinse Kerk.
– De hoofdstukken 3 tot 8 geven een opsomming van de belangrijkste evangelische levensvoorschriften
die de regel van de kathaarse clerus vormen : gxc3xa9xc3xa9n doodslag of moord (3),
gxc3xa9xc3xa9n overspel of bezoedeling (4), geen diefstal of oneerlijkheid (5), geen leugens of valse
getuigenissen (6), geen afleggen van eden (7), geen godslastering en vervloekingen (8),
het onderhouden van alle geboden van de levenswet en het mijden van zonden (9).
– Het tiende hoofdstuk heeft het over de vervolging en het martelaarschap, stelt deze als het
merkteken van de ware christelijke Kerk van God en toont aan dat de katholieke Kerk als
de vervolgster onmogelijk de kerk van Christus kan zijn. Het is een sterk staaltje van theologische
logica en was ook zeer populair bij de waldenzische predikanten om hun eigen
zwaar vervolgde gelovigen te troosten. Ze gebruikten de vergelijking van wolven en schapen
veelvuldig in hun sermoenen. Het is dus helemaal niet vreemd dat we dit kathaars
ritueel in een handboek van een waldenzisch predikant hebben aangetroffen. Alle citaten
waren ook bij hun werk inzetbaar, zonder doctrinaire conflicten.
– Het laatste hoofdstuk spreek over het spirituele doopsel door handoplegging, het
consolamentum, en de afwijzing van kinderdoop en de doopritueel met water van de Romeinse
Kerk. Het is een steeds terugkerend thema bij de andersdenkenden, zowel bij de
pre-katharen van de elfde en tiende eeuw als bij de Reformatie na de katharen. Maar ook
bij de vroeg-christenen bestond alleen de volwassendoop. Pas vanaf de vijfde eeuw begon
kinderdoop algemener te worden. De doopvont is een uitvinding van de achtste eeuw.
En pas vanaf de elfde en twaalfde eeuw onstond binnen de katholieke Kerk de bekommernis
om kinderen zo spoedig mogelijk te dopen omwille van een theologisch standpunt
(limbus puerorum). Het is dus een immer actueel onderwerp geweest, zeker in de tijd van
de katharen. Ik vind dit hoofdstuk een overtuigende brok kathaarse theologie.
Een diepere analyse van de argumentatie, die doet denken aan de logica van Aristoteles,
wijst ook op het bestaan van een dubbele bijbelverklaring. De eerste is zeer letterlijk en werd
gebruikt voor de streng ascetische levensvoorschriften voor de clerus. De twee is meer volgens
de Geest en praktischer. Die dubbele verklaring heeft in het verleden dikwijls tot verwarring
geleid waarbij men de katharen beschuldigde zichzelf tegen te spreken. We vinden
ze ook terug in andere rituelen of kathaarse sermoenen. Het vormt een belangrijke vernieuwing
in de theologische reflectie van die tijd en doet reeds denken aan bepaalde interpretaties
van de latere Reformatie.
– 3 –
HET KATHAARSE RITUEEL VAN DUBLIN
Willy Vanderzeypen (vertaling)
DE KERK VAN GOD
In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Om beter te begrijpen wat de Kerk van God is, en om haar beter te kennen, willen wij enkele
getuigenissen uit de Heilige Schriften verzamelen.
1
Deze Kerk is noch van hout, noch van steen, noch van iets dat door menselijke hand is gemaakt.
Want in de Handelingen der Apostelen staat: xc2xabToch woont de Allerhoogste niet in
wat door mensenhanden gemaakt is.xc2xbb (Hand 7,48). Maar deze heilige Kerk is een vergadering
van volgelingen en heiligen, waarin Jezus Christus zich bevindt en dat zal doen tot het
einde der eeuwen, zoals Onze Heer zelf zegt in het Evangelie van Mattexc3xbcs: xc2xabZiet, Ik ben met
u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.xc2xbb (Mt 28,20). En in het Evangelie van Johannes:
xc2xabAls iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben
en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.xc2xbb (Jo 14, 23). En hij zegt nog: xc2xabAls
gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. Dan zal de Vader op mijn gebed u een
andere Helper sturen om voor altijd bij u te blijven: de Geest van de waarheid, voor wie de
wereld niet ontvankelijk is, omdat zij Hem niet ziet en niet kent. Gij kent Hem, want Hij blijft
bij u en zal in u zijn. Ik zal u niet verweesd achterlaten: Ik keer tot u terug.xc2xbb (Jo 14, 15-18).
En over deze heilige Kerk zegt de heilige Paulus aan de Korinthixc3xabrs: xc2xabWeet gij niet dat gij
Gods tempel zijt en dat de Geest van God in u woont? Maar als iemand de tempel van God
ten gronde richt, zal God hem vernietigen. Want de tempel van God is heilig en die tempel
zijt gij.xc2xbb (1 Kor 3, 16-17). En hij zegt nog: xc2xabGij weet het, uw lichaam is een tempel van de
heilige Geest, die in u woont, die gij van God hebt ontvangen.xc2xbb (1 Kor 6,19). Hij zegt ook dit:
xc2xabMaar de tempel van de levende God, dat zijn wij. God heeft het zelf gezegd: Ik zal onder
hen wonen en met hen omgaan. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Daarom,
gaat weg en verlaat hen, houdt u ver van hen, raakt niets aan wat onrein is. Dan zal ik u
genadig aannemen. Ik zal voor u een vader zijn en gij zult voor mij zonen en dochters zijn.
Dat zegt de Heer, de Albeheerser.xc2xbb (2 Kor 6,16-18).
En de heilige Paulus zegt aan Timotheus: xc2xabIk schrijf u dit in de hoop vrij spoedig bij u te
komen. Mocht ik worden opgehouden, dan weet gij hoe men zich behoort te gedragen in
het huis van de levende God, pijler en grondslag van de waarheid.xc2xbb (1 Tim 3,14-14). En
aan de Hebreexc3xabn zegt hij: xc2xabChristus is getrouw als zoon, aangesteld over het huis van God,
en dat huis zijn wijzelf.xc2xbb (Heb 3,6).
En over deze Kerk zegt Christus aan de heilige Petrus in het Evangelie van Mattexc3xbcs: xc2xabGij zijt
Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet
– 4 –
overweldigen.xc2xbb (Mt 16,18). En de heilige Lucas zegt in de Handelingen der Apostelen: xc2xabNu
genoot de Kerk in heel Judea, Galilea en Samaria vrede; zij werd steeds meer bevestigd
in de vreze des Heren en nam gestadig in aantal toe door de vertroosting van de heilige
Geest.xc2xbb (Hand 9,31). En Onze Heer Jezus Christus zegt in het Evangelie van Mattexc3xbcs: xc2xabWanneer
uw broeder gezondigd heeft, wijs hem dan onder vier ogen terecht. Luistert hij naar u,
dan hebt gij uw broeder gewonnen. Maar luistert hij niet, haal er dan nog een of twee personen
bij opdat alles beruste op de verklaring van twee of drie getuigen. Als hij niet naar hen
wil luisteren, leg het dan voor aan de Kerk. Wil hij ook niet naar de Kerk luisteren, beschouw
hem dan als een heiden of een tollenaar.xc2xbb (Mt 18,15-17). Dit alles kan de Kerk van
Christus nooit volbrengen indien zij slechts xc3xa9xc3xa9n van de huizen was die de mensen kerken
noemen, want dergelijke huizen kunnen niet stappen, luisteren of spreken.
Maar over deze heilige Kerk van de levende God, zegt de heilige Paulus aan de
Efezixc3xabrs: xc2xabChristus heeft de Kerk liefgehad om zich aan haar over te leveren, om haar te
heiligen en te reinigen met een waterbad, met het levenswoord; en om haar te laten verschijnen
als een Kerk van glorie, zonder vlek, rimpel of iets van die aard, maar heilig en
smetteloos rein.xc2xbb (Efe 5,25-27). Een dergelijke Kerk, heilig en rein, is het huis van de Heilige
Geest, zoals verder zal aangetoond worden. Christus zegt erover: xc2xabWant niet gij zijt het
die spreekt, maar door u spreekt de Geest van uw Vader.xc2xbb (Mt 10,20).
2
Deze Kerk van God waarover wij het hebben, heeft een dergelijke macht van Onze Heer
Jezus Christus gekregen dat door haar gebed alle zonden worden vergeven, zoals Christus
in het Evangelie van de heilige Johannes zegt: xc2xabOntvang de Heilige Geest. Aan wie ge de
zonden vergeeft, zullen ze vergeven zijn, en, aan wie ge ze niet vergeeft, zullen ze niet
vergeven zijn.xc2xbb (Jo 20, 22-23). En de heilige Mattexc3xbcs zegt: xc2xabHij gaf hun de macht om slechte
geesten te verdrijven.xc2xbb En de heilige Marcus zegt: xc2xabHij gaf hun de macht de duivels uit te
drijven.xc2xbb (Mc 3,15) En de heilige Lucas zegt: xc2xabHij gaf hun de kracht om de zieken te genezen
en de macht en gezag om demonen uit te drijven.xc2xbb (Lc 9,1).
En Christus zegt in het Evangelie van de heilige Mattexc3xbcs: xc2xabAls uw broer niet naar de Kerk wil
luisteren, beschouw hem dan als een heiden of tollenaar. Want voorwaar, Ik zeg u: al wat gij
zult binden op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn, en alles wat gij zult ontbinden op
aarde, zal ook in de hemel ontbonden zijn. Eveneens zeg Ik u, als twee onder u eensgezind
op aarde iets vragen, zal alles voor hen verkregen worden van mijn Vader die in de
hemel is; want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden.xc2xbb
(Mt 18, 17-20).
En de Heilige Petrus zegt in zijn brief: xc2xabWant de ogen van de Heer zijn gericht op de rechtvaardigen
en zijn oren gewend naar hun gebed.xc2xbb En de heilige Jacobus zegt: xc2xabHet vurige
gebed van een rechtvaardige vermag veel.xc2xbb (Jak 5,16). En in het Evangelie van Sint-Marcus
zegt Christus: xc2xabDaarom zeg ik U: alles wat ge in het gebed vraagt, gelooft dat ge het zult
krijgen, en het zal u worden gegeven.xc2xbb En hij zegt ook nog: xc2xabZiehier de tekenen die de
gelovigen zullen vergezellen: in Mijn naam zullen ze duivels verdrijven, nieuwe talen spre-
– 5 –
ken, slangen verwijderen en zij zullen de zieken de handen opleggen en dezen zullen
beter worden.xc2xbb (Mc 16, 17-18) Maar wat deze zieken betreft, die ziek zijn van zonde, toont de
heilige Jacobus op welke manier de zwakheid van de ziel moet genezen worden wanneer hij
zegt: xc2xabAls iemand onder u ziek is, laat de priesters van de Kerk komen en een gebed over
hem uitspreken en hem met olie zalven in de naam van de Heer; het gelovige gebed zal
de zieke redden en de Heer zal hem oprichten, en als hij in staat van zonde is, zullen zijn
zonden hem vergeven worden.xc2xbb (Jac 5, 13-15).
Aldus, om al deze redenen en nog vele andere, is het duidelijk dat alleen door het gebed van
de heilige Kerk van Christus de zonden worden vergeven, zoals Christus het zegt: xc2xabAan wie
ge de zonden vergeeft, zullen ze vergeven zijn, en, aan wie ge ze niet vergeeft, zullen ze
niet vergeven zijn.xc2xbb (Jo 20, 22-23). Maar als iemand blind en slecht onderwezen is, en daarom
beweert dat een dergelijke macht alleen aan de Apostelen werd gegeven, en alleen door
hen ontvangen, dat hij dan kijkt in het Evangelie van de heilige Johannes naar wat Christus
zegt: xc2xabO Vader, niet voor hen alleen bid ik maar ook dat ze xc3xa9xc3xa9n mogen zijn.xc2xbb (Jo 17, 20-
21). En Christus zegt nog in het Evangelie van de heilige Mattexc3xbcs: xc2xabZiehier, Ik ben met u
voor altijd tot het einde der eeuwen.xc2xbb En hij zegt nog: xc2xabDit geslacht zal niet voorbijgaan
voordat dit alles geschied is.xc2xbb (Mt 24,34) Om deze redenen staat het vast dat de macht die
de Kerk van Christus bezat, nog steeds in haar handen is en dat ze die zal behouden tot het
einde.
3
Deze Kerk behoedt er zich voor om te doden of een moord goed te keuren. Onze Heer Jezus
Christus zegt inderdaad: xc2xabAls gij het (eeuwige) Leven wilt binnengaan, zult gij niet doden.xc2xbb
(Mt 19, 18). En hij zegt ook nog: xc2xabGij hebt gehoord wat tot onze voorouders is gezegd: Gij
zult niet doden, want wie doodt zal voor het gerecht strafbaar zijn. Maar Ik zeg u: al wie zijn
broeder haat, zal moeten antwoorden voor het gerecht.xc2xbb (Mt , 21-22). En de heilige Paulus
zegt: xc2xabGij zult niet doden.xc2xbb (Rom 13,9). En de heilige Johannes zegt in zijn epistel: xc2xabGij weet
dat geen moordenaar het eeuwig leven in zich heeft.xc2xbb (1 Jo 3,15). En in de Apocalyps zegt
hij: xc2xabDe moordenaars zullen uit de heilige stad worden gegooid.xc2xbb (Apok 22,15). En hij zegt
nog: xc2xabHet deel van de moordenaars zal terechtkomen in de poel brandend van vuur en
zwavel.xc2xbb (Apok 21,8).
En de heilige Paulus zegt tegen de Romeinen die moordzuchtig waren, twistziek,
bedriegzuchtig en vol van slechtheid: xc2xabZij die zulke dingen doen verdienen de dood. En
niet alleen zij die het doen maar ook degene die het goedkeuren.xc2xbb (Rom 1,32).
4
Deze Kerk behoedt zich voor overspel en alle bezoedeling want Onze Heer Jezus Christus
zegt: xc2xabGij zult geen echtbreuk plegen.xc2xbb (Mt 19,18). En hij zegt opnieuw in het Evangelie van
de heilige Mattexc3xbcs: xc2xabGij hebt gehoord dat er aan de ouderen gezegd is: Gij zult geen echt-
– 6 –
breuk plegen; maar Ik zeg u: alwie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft in zijn
hart al echtbreuk gepleegd.xc2xbb (Mt 5, 27-28). En hij zegt nog: xc2xabWant uit het hart komen boze
gedachten, echtbreuk en ontucht voort, en het is dat wat de mens bezoedeld.xc2xbb En in het
Boek der Wijsheid staat geschreven: xc2xabHij die ontucht pleegt zal zijn ziel verliezen door
gebrek aan hart.xc2xbb
En de heilige Paulkus zegt tegen de Filippijnen: xc2xabOntucht en onzedelijkheid mag onder u
zelfs niet ter sprake komen.xc2xbb (Efe 5,3). En hij zegt verder: xc2xabMaar besef het goed: geen
ontuchtige of onreine of geldgierige heeft recht op de erfenis van het koninkrijk van Christus.
xc2xbb (Efe 5,5). En tegen de Galaten zegt hij nog: xc2xabDe werken van het vlees zijn bekend: het
zijn overspel, ontucht, afgunst, wellust, en zo verder. En zij die zich zo misdragen zullen
niet het koninkrijk van God bereiken.xc2xbb (Gal 5, 19-21). En tegen de Hebreexc3xabn zegt hij: xc2xabWant
Gods oordeel zal komen over ontuchtigen en echtbrekers.xc2xbb (Heb 13,4). En in de Apocalyps
staat geschreven: xc2xabDe onreinen zullen uit de heilige stad worden gegooid.xc2xbb (Apoc,
22,15). En nog: xc2xabHet deel van de onreinen zal terechtkomen in de poel brandend van vuur
en zwavel.xc2xbb (Apoc, 21,8).
5
Deze Kerk hoedt er zich voor om diefstal of oneerlijkheid te plegen, want Onze Heer Jezus
Christus zegt in het Evangelie van de heilige Mattexc3xbcs: xc2xabGij zult niet stelen.xc2xbb (Mt 19,18). En
de heilige Paulus zegt tegen de Efezixc3xabrs: xc2xabWie een dief was, mag niet meer stelen, maar
eerder werken met zijn eigen handen, hetgeen goed is, want dan heeft hij iets om te geven.
xc2xbb (Efe 4,28). En hij zei op dezelfde manier tegen de Romeinen: xc2xabGij zult niet stelen,
noch begeren wat eigendom is van uw naaste.xc2xbb (Rom 13,9). En in zijn brief zegt de heilige
Petrus: xc2xabZorg dat niemand van u te lijden heeft als moordenaar, boosdoener of hebzuchtige
naar andermans goederen.xc2xbb (1 Pe 4,15).
6
Deze Kerk hoedt er zich voor om te liegen of valse getuigenissen af te leggen, want Onze
Heer Jezus Christus zegt: xc2xabGij zult niet vals getuigen.xc2xbb (Mt 19,18). En de heilige Petrus zegt
in zijn brief: xc2xabWie het leven liefheeft en gelukkige dagen wil kennen, weerhoude zijn tong
van kwaad en zijn lippen van het uitspreken van valse woorden.xc2xbb (1 Pe 3,10). En de heilige
Paulus zegt aan de Romeinen: xc2xabGij zult geen valse getuigenissen afleggen.xc2xbb (Rom 13,9).
En tot de Efezixc3xabrs zegt hij: xc2xabDaarom, wijs de leugen af en dat ieder van u de waarheid met
zijn naaste spreekt.xc2xbb (Efe 4,25). En in de Apocalyps zegt Christus: xc2xabIn de heilige stad zal
niets onrein binnenkomen en ook zij niet die verfoeilijke dingen hebben gedaan of gelogen
hebben.xc2xbb (Apoc 21,27). En hij zegt op dezelfde manier: xc2xabDegene die liegen zullen
terechtkomen in de poel van brandend vuur.xc2xbb (Apoc 22,15). En om deze reden zegt de
heilige Paulus tot de Colossenzen: xc2xabAanvaardt de leugen niet onder u.xc2xbb (Col 3,9). En in het
boek der Wijsheid staat geschreven: xc2xabDe mond die liegt, doodt de ziel.xc2xbb (Wijs 1,11).
– 7 –
7
Deze Kerk hoedt zich voor het zweren van eden want onze Heer Jezus Christus zegt in het
Evangelie van de heilige Mattexc3xbcs: xc2xabMen mag zeker niet zweren, noch bij de hemel want dat
is het Huis van God, nog bij de aarde, want dat is de voetbank onder Zijn voeten, noch op
uw eigen hoofd want gij kunt niet xc3xa9xc3xa9n haar wit of zwart maken.xc2xbb (Mt 5, 34-36). Maar nadat hij
verboden heeft om te zweren, onderwijst hij hoe men dient te spreken met de volgende woorden:
xc2xabDat uw ja een ja is, en uw neen een neen.xc2xbb (Mt 5,37). Hij verstaat hieronder dat ge
slechts met woorden zegt wat ge in het hart leest, dus zonder een eed. Christus zegt inderdaad:
xc2xabWat men daar nog aan toevoegt, komt van het kwaad.xc2xbb (Mt 5,37), wat betekent van
de duivel, die het kwaad wordt genoemd en waarvoor wij tot God bidden hij ons van hem
bevrijdt, wanneer we zeggen: xc2xabMaar verlos ons van het kwade.xc2xbb (Mt 6,10).
Maar in tegenstelling met deze waarheden, zegt en affirmeert de slechte Romeinse Kerk dat
men moet zweren; en zij beweert dat God en de engel hebben gezworen; maar zelfs als zij
effectief hebben gezworen, dan is dat nog geen reden dat wijzelf zouden moeten zweren,
want het is niet aan God of de engel dat wet of gebod van zweren werden opgedragen. De
heilige Paulus zegt inderdaad: xc2xabWanneer er geen wet is, dan is er ook geen overtreding
mogelijk.xc2xbb En daarom juist moet de mens niet zweren, want hij heeft wel de opdracht gekregen
om niet te zweren. Want als een mens zweert, kan hij dikwijls meinedig worden, zoals het
manifest is dat de slechte Kerk honderdduizend meineden heeft gepleegd.
Het is omwille van deze reden dat de heilige apostel Jacobus, die de waarheid uit de mond
van Onze Heer Jezus Christus heeft gehoord, in zijn brief zegt: xc2xabVoor alles, broeders, leg
geen eden af, noch bij de hemel, noch bij de aarde of wat dan ook. Laat uw jawoord een ja
zijn en uw neenwoord een neen, dan zult gij niet onder Gods oordeel vallen.xc2xbb Omwille van
deze reden wil de Kerk van Christus niet zweren, want als ze dat wel zou doen, dan overtreedt
ze de wet van Christus die zegt niet te zweren.
8
De Kerk hoedt zich voor godslastering en vervloeking, want de heilige Jacobus zegt: xc2xabAls
iemand meent vroom te zijn zonder zijn kwade tong te beteugelen en zijn eigen hart bedriegt,
dan is zijn vroomheid waardeloos.xc2xbb (Jac 1,26). En de heilige Paulus zegt aan de
Efezixc3xabrs: xc2xabLaat geen enkel slecht woord uit uw mond ontsnappen.xc2xbb (Efe 4,29). En hij zegt
nog dit: xc2xabWrok, woede, toorn, geschreeuw en gevloek, dat alles moet uit u weggesneden
worden.xc2xbb (Efe 4,31). En tegen de Colossenzen zegt hij: xc2xabVoortaan, gooi alle woede, verontwaardiging
en laster van u af en uw mond zal niet langer slechte woorden voortbrengen.xc2xbb
(Col 3,8). En de heilige Petrus zegt in zijn brief: xc2xabBeantwoordt een belediging niet met een
belediging, maar integendeel, zegent elkander want u werd geroepen om de zegen als
erfdeel te bezitten. Als iemand het leven wil liefhebben en goede dagen wil kennen, dat hij
zijn tong weerhoude van het kwaad en zijn lippen van valse woorden.xc2xbb (1 Pe 3, 9-10).
Maar Christus zegt in het Evangelie van de heilige Mattexc3xbcs: xc2xabIk zeg u in alle waarheid van
elk onnuttig woord dat de mensen spreken, zullen zij op de dag van het oordeel reken-
– 8 –
schap moeten afleggen. Want naar uw woorden zult gij geoordeld worden en naar uw woorden
zult gij veroordeeld worden.xc2xbb (Mt 12, 36-37). En het is omwille van deze reden dat de
rechtvaardigen die zegenen, op de dag van het oordeel zullen geroepen worden als de
gewijden, en dat de slechten, die vervloekt hebben, geroepen zullen worden als de vervloekten.
Dat toont ook het Evangelie van de heilige Mattexc3xbcs: xc2xabWanneer Christus plaats zal nemen
op zijn troon van glorie, dan zal hij de slechten van de goeden scheiden.xc2xbb (Mt 25, 31-
32). En Christus zal aan de goeden zeggen: xc2xabKomt, gezegenden van mijn Vader, bezit
nemen van het koninkrijk dat voor u gereed is.xc2xbb (Mt 25,34). En aan de slechten zal hij
zeggen: xc2xabGaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwig vuur.xc2xbb (Mt 25,41).
9
Deze Kerk bewaakt en bezit alle geboden van de levenswet want de heilige Jacobus zegt in
zijn brief: xc2xabWie de gehele wet onderhoudt, maar op xc3xa9xc3xa9n punt struikelt, zal beschuldigd worden
van alles. Want degene die gezegd heeft: gij zult gxc3xa9xc3xa9n overspel plegen, heeft ook
gezegd: gij zult niet doden. Dus, als gij gxc3xa9xc3xa9n overspel pleegt maar wel een moord, dan zijt
gij toch een overtreder van de wet.xc2xbb (Jac 2, 10-11). En Christus zegt: xc2xabEen gezonde boom
geeft goed fruit, een zieke boom geeft slecht fruit.xc2xbb.
Het is omwille van deze reden dat de Kerk van God wil zorgen dat zijn fruit goed is om te
gelijken op zijn goede meester en herder Jezus Christus. Want alles wat hij aan de anderen
onderwees, dat volbracht hij eerst zelf met daden, met de bedoeling om degenen die niet in
hem geloofden om zijn woorden, in hem te laten geloven on zijn daden. Hierover zegt hij in het
Evangelie van de heilige Johannes: xc2xabAls gij niet wilt geloven in woorden, geloof dan in daden.
xc2xbb (Jo 10,38).
Het is daarom dat de heilige Petrus zegt: xc2xabChristus heeft voor ons geleden, om ons toe te
laten zijn voorbeeld te volgen. Hij heeft nooit een zonde begaan en zijn mond is nooit
bedriegelijk geweest.xc2xbb (1 Pe 2, 21-22).
Op deze manier wil de heilige Kerk van God, waarvan men gezegd heeft dat ze het lichaam
van Christus is, het voorbeeld van zijn leider Jezus Christus volgen. Hetgeen Paulus zegt:
xc2xabAlle zaken zijn neergelegd aan de voeten van Christus en hijzelf vormt het hoofd van de
gehele Kerk, welk zijn lichaam is.xc2xbb (Efe 1, 22-23). En hij zegt nog: xc2xabGij zijt het lichaam van
Christus.xc2xbb (1 Cor 6,15). En nog: xc2xabUw lichamen zijn de ledematen van Christus.xc2xbb (1 Cor
6.15).
Dus, omdat de ware christenen de ledematen van Christus zijn, past het dat ze heilig, zuiver,
rein en onbezoedeld van zonde zijn, zoals hun leider Jezus Christus. De heilige Johannes
zegt inderdaad: xc2xabWie in hem verblijft, zondigt niet en alwie zondigt heeft hem net gezien,
noch gekend.xc2xbb (1 Jo 3,6). En hij zegt nog: xc2xabAls wij zeggen dat wij van Zijn gezelschap zijn
en ondertussen in de duisternis stappen, dan liegen wij en werken niet aan de waarheid.
Maar als wij in het licht stappen, dan zijn wij in Zijn gezelschap.xc2xbb (1 Jo 2,6). Het is daarom
dat hij zegt: xc2xabAlwie rechtvaardigheid toepast is rechtvaardig, zoals Hij rechtvaardig is.xc2xbb
(1 Jo 3,7).
– 9 –
10
Deze Kerk wordt vervolgd, beproefd en gemarteld in de naam van Christus. Want Hijzelf
heeft dit ondergaan met de wil om zijn Kerk te verlossen en te redden en haar te tonen met
daden en woorden dat zij tot het einde der eeuwen zal lijden onder vervolging, schande en
vervloeking, zoals hij dat zegt in het Evangelie van de heilige Johannes: xc2xabAls ze Mij vervolgd
hebben, zullen ze ook u vervolgen.xc2xbb (Jo 15,20). En in het Evangelie van de heilige Mattexc3xbcs
zegt hij: xc2xabZalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der
Hemelen. Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad
beticht om Mijnentwil. Verheugt u en juicht, want groot zal uw beloning zijn in de hemel. Zo
immers hebben ze voordien de profeten vervolgd.xc2xbb (Mt 5,10-12). En hij zegt nog: xc2xabZiet, ik
stuur u zoals schapen onder de wolven.xc2xbb (Mt 10,16). En nog: xc2xabGij zult door alle mensen
gehaat worden omwille van Mijn naam. Wie tot het einde volhardt, zal gered worden. En
wanneer ze u vervolgen in de ene stad, vlucht dan naar een andere.xc2xbb
Merk op tot op welk niveau alle woorden van Christus de slechte Romeinse Kerk tegenspreken.
Want deze wordt niet vervolgd, noch voor het goede, noch voor het rechtvaardige dat zij
zou bezitten. Maar integendeel, zij is het die vervolgt en iedereen die niet met haar zonden en
ambtsmisdrijven instemt, ter dood brengt. En ze vlucht niet van stad tot stad maar heeft heerlijkheden
in de steden, dorpen en de provincie. En ze zetelt majestueus in de pracht van deze
wereld. En ze wordt gevreesd door koningen, keizers en baronnen. Ze is helemaal niet zoals
de schapen tussen de wolven, maar als de wolven tussen de schapen en bokken. En ze doet
er alles voor om haar macht over de leken, Joden en heidenen op te dringen. En vooral
vervolgt en vermoordt ze de heilige Kerk van Christus, dewelke geduldig lijdt zoals het schaap
dat zich niet verdedigt tegen de wolf. Daarom is het dat de heilige Paulus zegt: xc2xabWant in uw
naam en elke dag zullen wij gedood worden. Men behandelt ons als schapen in een slachthuis.
xc2xbb (Rom 8,36)
Maar in tegenstelling met dit alles, vertonen de priesters van de Romeinse Kerk geen enkele
schaamte wanneer ze zeggen dat zij de schapen en lammeren van Christus zijn. En zij zeggen
dat de Kerk van Christus, dewelke zij vervolgen, de kerk van de wolven is. Dit is een
dwaze uitspraak, want ten alle tijde hebben de wolven schapen vervolgd en gedood. Alles
zou vandaag moeten omgekeerd worden vooraleer de schapen razend genoeg zouden worden
om de wolven te bijten, te vervolgen en te doden. En bovendien zouden de wolven geduldig
moeten blijven wachten om zich door de schapen te laten opeten.
Maar de Romeinse Kerk zegt nog: xc2xabWij vervolgen de ketters niet voor wat ze goed doen,
maar omwille van hun geloof, want ze willen niet geloven in ons geloof.xc2xbb Merk op hoe
evident het hier wordt dat ze de erfgenamen zijn van hen die Christus en de Apostelen hebben
gedood. Inderdaad, ze hebben hen vervolgd en gedood, en ze zullen dat doen tot het
einde omdat de heiligen het tegenovergestelde meedragen van hun eigen zonden en hun de
waarheid vertellen, die ze niet willen horen. Christus zegt hen in het Evangelie van de heilige
Johannes: xc2xabIk heb u vele goede werken van mijn Vader getoond. Voor dewelke wilt ge Mij
stenigen?xc2xbb (Jo 10,32). En zij antwoordden hem: xc2xabWe stenigen u niet voor uw goede werken
maar voor uw godslastering.xc2xbb (Jo 10,33)
Het is aldus manifest dat sinds het begin der tijden de wolven de schapen vervolgen en
doden, de slechten de goeden vervolgen en de zondaars de heiligen vervolgen. En omwille
– 10 –
van deze reden zegt de heilige Paulus: xc2xabAlwie wil leven in het goede van Christus zal vervolgd
worden.xc2xbb (2 Tim 3,12). Noteer goed dat hij niet zegt: zal vervolgen, maar wel: zal vervolgd
worden. En in het Evangelie van de heilige Johannes zegt Jezus Christus tot zijn heilige
Kerk: xc2xabEr zal een tijd komen dat alwie u vervolgt, ermee zal denken God te dienen.xc2xbb
(Jo 16,2). Noteer goed dat hij niet zegt: er zal een tijd komen dat gij mensen zult vervolgen en
doden om de Heer te dienen. En de goede Jezus Christus zegt nog tegen de vervolgers:
xc2xabZiet, ik zal u schriftgeleerden en wijzen sturen, en ge zult sommigen doden, folteren, geselen
en van stad tot stad achtervolgen.xc2xbb (Mt 23,34). En in de Handelingen der Apostelen
verklaren de apostelen: xc2xabWij zullen door vele kwellingen en vervolgelingen moeten gaan
om het koninkrijk van de hemel te bereiken.xc2xbb (Hand 14,22). En het is daarom dat de heilige
apostel Johannes zegt: xc2xabO broeders, wees niet verbaasd dat de wereld u zal haten.xc2xbb (Jo
13,13).
11
Deze Kerk gebruikt het spiritueel doopsel, met oplegging van de handen, waardoor de Heilige
Geest wordt gegeven. Johannes de Doper zei: xc2xabDegene die na mij zal komen, zal u
dopen met de Heilige Geest.xc2xbb (Mt 3,11). En aldus, toen Onze Heer Jezus Christus uit de
hoogste zetel neerdaalde om zijn volk te redden, onderwees hij aan zijn heilige Kerk dat ze
anderen doopt met dat doopsel. Dat zegt hij in het Evangelie van de heilige Mattexc3xbcs: xc2xabGaat
en onderwijs alle volkeren, en doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige
Geest.xc2xbb (Mt 28,19). En in het Evangelie van de heilige Marcus zegt hij hen: xc2xabVerspreidt u in
gans de wereld, verkondig het Evangelie aan alle schepselen, en hij die zal geloven en
gedoopt worden, zal gered worden. En wie niet zal geloven, zal veroordeeld worden.xc2xbb (Mc
16,15-16)
Maar de slechte Romeinse Kerk, als leugenaar en zaaier van leugens die ze is, zegt dat
Christus daarmee het materixc3xable doopsel met water bedoelde, zoals Johannes de Doper dat
toepaste vooraleer Christus predikte. Dit kan men afwijzen om verschillende redenen. Want
als het doopsel van de Romeinse Kerk hetgene zou zijn dat Christus aan zijn Kerk heeft
geleerd, dan zouden alle gedoopten veroordeeld zijn. Dus, ze dopen kleine kinderen die niet
kunnen geloven of niet kunnen weten wat goed of kwaad is. Door hun woord veroordelen zij
ze.
Bovendien, indien de mensen door het materixc3xabel doopsel met water zouden gered zijn, dan
zou Christus voor niets zijn gestorven. Want het doopsel met water bestond reeds voor zijn
komst. Het is echter een zekerheid dat de Kerk van Christus doopte met een ander doopsel
dan dat van Johannes de Doper. Dat toont de heilige evangelist Johannes wanneer hij zegt:
xc2xabZodra Jezus vernam dat de Farizeexc3xabrs hadden horen zeggen dat hij enkele leerlingen
had gemaakt en doopte op een andere manier dan Johannes, doopte hij zijn eigen leerlingen
niet meer.xc2xbb (Jo 4,1-2). En Johannes de Doper toonde het duidelijk door te zeggen: xc2xabIk
doop u met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest.xc2xbb (Mc 1,8).
Maar Johannes doopte alleen met water om de mensen uit te nodigen in het doopsel van
Christus te geloven. Het is daarom dat hij een sterke getuigenis van Christus aflegde, vanwie
hij de komst voorspelde. Inderdaad, van al degenen die door Johannes gedoopt waren,
– 11 –
diende de Heilige Geest pas bij Jezus te komen. Zo herkende Johannes Jezus als de Christus
die zou dopen met de Heilige Geest. Zoniet had Johannes nooit geweten wie de Christus
was, zoals hij aantoont in het Evangelie van de heilige Johannes met de woorden: xc2xabEn ook ik
kende Hem niet. Maar om hem kenbaar te maken aan Israxc3xabl ben ik beginnen dopen met
water. Want ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen en Hem bewonen. Hij
is het die zal dopen met de Heilige Geest. Ik heb het gezien en ik getuig dat Hij de Zoon
van God is.xc2xbb (Jo 1 31-34). Daarom is het dat Johannes met en in het water doopte, want zo
kon hij Christus herkennen en aan het volk tonen dat het wel degelijk Hij was die het andere
doopsel zou toepassen.
Maar de heilige Paulus toonde aan dat van die twee doopsels slechts xc3xa9xc3xa9n verlossing
brengt met de woorden: xc2xabExc3xa9n Heer, xc3xa9xc3xa9n geloof, xc3xa9xc3xa9n doop.xc2xbb (Efe, 4,5). In de Handelingen
der Apostelen onthult de heilige Lucas welk doopsel de Kerk van God gebruikt met de
woorden: xc2xabToen Paulus in Efeze was aangekomen, ontmoette hij enkele leerlingen en
vroeg hen of ze geloofden de Heilige Geest te hebben ontvangen. En ze antwoordden
hem: maar wij hebben nooit horen zeggen dat er een Heilige Geest bestaat. En Paulus zei
hen: hoe zijt ge dan gedoopt? Ze antwoordden: met het doopsel van Johannes. Daarop zei
Paulus hen: Johannes doopte het volk met het doopsel van boetvaardigheid, daarbij zeggende
te geloven in degene die na hem zou komen, namelijk Jezus. En toen ze die woorden
hadden gehoord, lieten ze zich dopen in de naam van de Heer Jezus. En nadat Paulus
hun de handen had opgelegd, kwam de Heilige Geest over hen.xc2xbb (Act 19, 1-6)
Maar de heilige Lucas bewijst op een andere plaats dit feit met de woorden: xc2xabToen de
Apostelen te Jeruzalem hoorden zeggen dat Samaria het Woord van God had gekregen,
stuurden ze Petrus en Johannes. Eens aangekomen spraken zij een gebed over hen uit
opdat ze de Heilige Geest zouden ontvangen. Want deze was nog niet over hen neergedaald.
Ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus. De Apostelen legden dus
hun handen op hen en ze ontvingen de Heilige Geest.xc2xbb (Hand 8, 14-17). En de heilig Paulus
zegt aan Timothexc3xbcs die hij gedoopt had met hetzelfde doopsel: xc2xabIk maan u nadrukkelijk aan
om het vuur aan te wakkeren van Gods genade die in u is door de oplegging van mijn
handen.xc2xbb (2 Tim 1,6).
En ook Ananias zelf doopte de heilige Paulus (Hand 9,17) en nog vele anderen die geen
Apostelen waren. Hij maande hen aan om het heilig doopsel te gebruiken dat ze van de
heilige Kerk hadden gekregen. Want de Kerk van Christus heeft het doopsel zonder onderbreking
behouden en zal het behouden tot het einde van de wereld, zoals Christus dat zegt
tegen de Apostelen: xc2xabDoopt hen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest,
en voorwaar, Ik ben voor altijd bij u tot het einde der eeuwen.xc2xbb (Mt 28, 19-20).
En de heilige Petrus toont duidelijk aan dat men zonder dit doopsel niet gered kan worden,
wanneer hij zegt: xc2xabOp dezelfde manier als in de tijd van Noach een kleine groep van acht
personen in de ark werd gered, zo zal dit doopsel u redden.xc2xbb Hetgeen betekent dat iedereen
die niet gedoopt is met dit doopsel, niet kan gered worden, net zoals iedereen die niet in
de ark was, verdronk door de zondvloed want hij zegt: xc2xabop dezelfde manier dat het doopsel
u redt.xc2xbb
Dit volstaat over de wijze van het doopsel.

Judas-evangelie

Evangelie van Judas opgedoken
Ruim 1800 jaar nadat het vanwege zijn ‘godslasterlijke’ inhoud door de kerk in de ban werd gedaan, wordt het Evangelie van Judas weer openbaar gemaakt. Een Zwitserse stichting heeft een kopie van het verboden evangelie ontdekt en werkt momenteel aan een vertaling.

Het Parool publiceert zaterdag als eerste fragmenten uit het evangelie, dat bestaat uit een dialoog tussen Judas Iscariot en Jezus. Volgens Mario Roberty, de voorzitter van de Zwitserse Maecenas Stichting die de stukken in bezit heeft, betreft het xc3xa9xc3xa9n van de oudste christelijke documenten die tot dusver ontdekt zijn. Hij noemt de inhoud van het evangelie, waarin Judas als een held in plaats van een verrader wordt afgeschilderd, ‘explosief’.

Roberty kan geen uitsluitsel geven over de herkomst van het manuscript, dat is geschreven in het Koptisch. Vermoedelijk zijn de stukken al in de jaren vijftig of zestig van de vorige eeuw ontdekt in Egypte en het land uitgesmokkeld. ”Maar de prijs was veel te hoog en bovendien wist aanvankelijk niemand dat het om het Evangelie van Judas ging.”

Twintig jaar lag het manuscript in een Amerikaanse bankkluis. Roberty: ”Het zag er verschrikkelijk uit toen wij het in handen kregen. Vellen zaten aan elkaar geplakt of waren uiteengevallen. Een team van wetenschappers is nu bezig om al die stukjes weer bij elkaar te passen.”

Wetenschappers zijn zeer enthousiast over de ontdekking. De Amerikaanse koptoloog Stephen Emmel spreekt van ‘een zeer uitzonderlijke vondst’, die veel stof zal doen opwaaien. ”In historisch opzicht is deze vondst van evenveel belang als de Nag Hammadi-geschriften die een halve eeuw geleden werden ontdekt. Alles wijst erop dat het gaat om het evangelie waarnaar de kerkvader Irenaeus in de tweede eeuw na Christus verwees.”

Ook de Nederlandse emeritus hoogleraar Gilles Quispel, die in de jaren vijftig het Thomas-evangelie ontdekte, noemt de ontdekking van groot historisch belang. ”Voor wetenschappers zijn alle evangelixc3xabn gelijk.”

Het Parool

Thomas-evangelie

Inleiding

Geestelijk boek uit 1644Er zijn mensen die vinden dat wij in de best denkbare maatschappij leven. Zij zijn er van overtuigd dat de mensheid op de goede weg is. Zij geloven in de schone schijn en zien overal vooruitgang. Eens zal de mensheid een theorie van alles hebben en dan zullen alle problemen opgelost worden. Tegen beter weten in blijven zij daarop hopen. Zij voelen zich vrij en beseffen niet hoe onvrij ze eigenlijk zijn. Zij hebben geleerd dat angst, zorgen, pijn en verdriet nu eenmaal bij het leven horen. Zij klampen zich vast aan hun schijnzekerheden. Zij sluiten zich af voor wat ze niet willen zien en niet willen horen en zijn dus ziende blind en horende doof.
In een land waar alle wilgen van jongs af aan geknot worden kan geen mens zich een voorstelling maken van een wilg zoals die had kunnen zijn als hij vrijuit had kunnen groeien tot de boom zoals hij bedoeld is. In een wereld waarin alle kinderen van jongs af aan geknot en gesnoeid worden in hun vrijheid, omdat ze nu eenmaal moeten leren leven in deze maatschappij, kan geen mens zich een voorstelling maken van de mens zoals die eigenlijk bedoeld is. De mensen hebben geen beeld van een onafhankelijke, vrije mens. Ooit moet de mens dat geweest zijn, vrij en alleen afhankelijk van de natuur.

Nu leven mensen gevangen in hun overtuigingen, tradities, geloven en gewoonten, afhankelijk van anderen, van de cultuur xc3xa9n de natuur. Daarmee hebben zij een kunstmatige en kunstige, virtuele kooi geconstrueerd. De tralies vertekenen het zicht op de werkelijkheid. En zo leeft de mensheid in een onrechtvaardige, oneerlijke, maatschappij, waarin de rijken rijker en de armen armer worden en waarin eigenlijk niemand de weg weet. Omdat iedereen ervan overtuigd is dat er geen weg terug meer is, is vooruitgang de enige mogelijkheid, zonder dat iemand weet waar naartoe.
Altijd zijn er mensen geweest die zich met veel pijn en moeite ontworsteld hebben aan de kooi, soms gedwongen door omstandigheden, soms omdat ze dachten dat er meer moest zijn dan het leven wat ze leefden en op zoek gingen naar een andere wereld. Als je op de goede weg zit, zelfs zonder het doel te kennen, moet het leven steeds eenvoudiger worden en is eenvoud wellicht het einddoel. Als je op de verkeerde weg zit wordt het dus steeds ingewikkelder, tot je er in verstrikt raakt. Plato beschrijft in zijn Allegorie van de Grot hoe mensen in verwarring raken als zij de schaduwwereld in de grot verlaten en het licht aanschouwen. In alle culturen bestaat dezelfde metafoor en dan moet er toch een kern van waarheid inzitten. Zij die bleven in hun gelukzalige aanschouwing noemen de mensen mystici. Anderen die terugkeerden in de grot en verontwaardigd waren over alles wat zich daar afspeelde, heetten profeten. Veel profeten heeft de mensheid gekend. Geen van hen is in staat gebleken de geketenden de weg naar buiten te wijzen. Misschien hebben ze onvoldoende alle consequenties van hun ontdekking overzien. Misschien zijn ze niet in staat geweest eenduidig de weg te wijzen. Of hebben zij altijd het onderspit gedolven tegen de gevestigde orde en is het waar dat, zoals Plato schrijft: “En als iemand zou proberen hen te bevrijden en naar boven te leiden, zouden zij hem dan niet doden als zij hem in handen zouden krijgen?”

Ongeveer 2000 jaar geleden ontsnapte iemand aan de schaduwwereld en kwam terug om de achtergeblevenen te vertellen van het ware leven en ze de weg daar naar toe te wijzen. Toen heette het dat hij uit de doden was opgestaan, mens geworden of wakker geworden was. Tegenwoordig zouden mensen zeggen dat hij de verlichting bereikt had. Hij had ervaren dat rechtvaardigheid de voorwaarde was om de eenvoud en gelukzaligheid te bereiken en dat je als rechtvaardige moeilijk kunt leven in een onrechtvaardige wereld, als een levende temidden van doden. De rechtvaardigheid en het mededogen met de geketenden eist dan dat je teruggaat. Hij predikte een totaal andere manier van leven en niet alleen een andere manier van denken. Het verhaal is dat de gevestigde orde hem heeft vermoord, zijn woorden zijn niet begrepen en van zijn leven is een religie gemaakt. De mensen hebben zich meester gemaakt van de boodschapper en de boodschap niet begrepen. Zijn metaforen over het onuitsprekelijke hebben zijn boodschap onduidelijk gemaakt. Het ervaren is niet in woorden uit te drukken. Het is als iemand die een prachtige toneelvoorstelling heeft gezien. Hij kan daar enthousiast over blijven vertellen, maar het is zinniger als hij de mensen de weg naar de schouwburg wijst. Die vermenging van route en einddoel heeft de mensen de gelegenheid gegeven om zijn woorden figuurlijk en zijn leven letterlijk te nemen.

Uiteindelijk was hij een gewoon mens die zich volledig ingezet heeft voor een rechtvaardige wereld. Hij was er van overtuigd dat de mensen hem zouden navolgen, zouden worden als hij en massaal tot de eenvoud en gelukzaligheid zouden terugkeren. Naar een wereld van liefde en zonder macht. Hij had de maatschappij doorzien als een kolos op lemen voeten en dacht, als een David, Goliath te kunnen vloeren, door hem tussen de ogen te treffen, daar waar het denken zetelt. Hij had verwacht dat nog tijdens zijn leven de rechtvaardigheid zich als een vloedgolf over de mensheid zou uitbreiden. Hij besefte hoe bedreigend zijn boodschap was voor de macht van de machthebbers, de kennis van de geleerden, het bezit van de rijken en de waanwijsheid van de clerus. En dat is het nog steeds. Nog steeds geldt dat een kameel eerder door het oog van de naald gaat dan dat een aan zijn bezittingen gehechte rechtvaardig wordt.

De woorden van de leraar der gerechtigheid, sommigen noemden hem “Jezus”, zijn waarschijnlijk het minst geschonden bewaard gebleven in het evangelie van Thomas. De vraag blijft of “Jezus” niet gewoon een metafoor is van de Logos, het geweten of de innerlijke stem en dat de personificatie “Jezus” slechts een constructie is geweest om de boodschap aan op te hangen. Uiteindelijk is dat niet van belang, want het gaat nooit om de boodschapper maar om de boodschap. De woorden zijn, uit mondelinge overlevering, opgeschreven door leerlingen, die de essentie duidelijk niet begrepen hebben en dan krijg je soms wonderlijke en onbegrijpelijke veranderingen. Niet alle logia zijn dus even helder, maar het gaat om de bedoeling. Het moet een heel eenvoudige boodschap zijn geweest en toch buigen geleerden zich al decennia over de teksten, zonder de boodschap te ontcijferen. Zij buigen zich als het ware over de schatkaart zonder op weg te gaan om de schat te zoeken.

Alleen iemand die zich ook losgemaakt heeft uit de schaduwwereld kan begrijpen wat de boodschap van de uitspraken is. Want alleen degene die dezelfde ervaring deelt en de weg zelf heeft afgelegd, kan het verhaal echt begrijpen. Zou je dan toch niet geleerd, maar wijs moeten zijn om het te doorzien? Ontdaan van de mystieke en gnostische vertekeningen, zodat slechts de wegwijzers op de route overblijven, blinken de spreuken inderdaad uit door eenvoud. De woorden prediken een radicale geweldloze revolutie door een terugkeer naar de oorsprong, terug naar af, zodat het einde weer als het begin zal zijn. Zou hij voorzien hebben dat het een ineenstorting van de hele maatschappij zou inhouden en van alle machtsstructuren en dat uiteindelijk geen steen op de ander zou blijven? De boodschap is weliswaar verpakt in de terminologie van die tijd, maar de inhoud is tijdloos en gaat over de mens. Kort samengevat komt het slechts neer op het:

“wat gij niet wilt dat u geschiedt doet dat ook de ander niet”.

Dat de ander ook de kinderen zijn is nieuw, want dat ontneemt onze manier van opvoeden alle grond. De tweede verduidelijking is dat de schepping gelijk gesteld wordt met de Vader, die de hele schepping doorstroomt. De schepping is dus ook de ander. Dat ontneemt ons de rechtvaardiging om de schepping te misbruiken en te vernielen. God en de Natuur zijn xc3xa9xc3xa9n, schreef Spinoza, wat op hetzelfde neerkomt.
Wat de leraar voor ogen stond was dat ieder mens zou worden als hij, xc3xa9xc3xa9n wereld met slechts blijvend verlichte, gelukkige mensen, genietend van zichzelf, de anderen en de schepping. Een ware gemeenschap van hele mensen. In de wereld die hij zag komen zijn geluk, vrijheid en het paradijs onvoorwaardelijk, alleen te omschrijven door wat het niet is en bereikbaar voor iedereen. In de maatschappij is dat alles voorwaardelijk en de utopie voor iedereen onbereikbaar. De mensen hebben het nog steeds niet gedurfd.

Multatuli (Ideexc3xabn)

“Zij die het geloof uitventen voor een arkanum tegen het zedelijk kwaad, zouden zeer laag neerzien op een onnoozele, die zijn gedrag stipt regelde naar de bijbel, en tevens alles durfde verwaarlozen waarover die bijbel zwijgt. Het is een onbetwistbare waarheid, dat Jezus zelf hedentendage weinig kans zou hebben op een vriendelijke ontvangst in een maatschappij van mensen, die zich naar hem noemen en hoogstwaarschijnlijk zouden zijn volgelingen zich haasten hem een plaatsje te bezorgen in een christelijk gekkenhuis.” Die man is niet van onze tijd” zou het heten en terstond zouden de brave godgeleerden deze of gene spreuk – liefst van hemzelf – bij de hand hebben om Jezus te onderrichten, hoe de “ware Christen” en grappiger nog, de Christus zelf, wel van zijn tijd hoort te zijn”

Het Evangelie van Thomas

Dit zijn de geheime woorden, welke Jezus de Levende gesproken heeft en welke Didymus Judas Thomas heeft opgeschreven:

Verklaring:

Er zijn twee redenen waarom de leringen geheim waren. De belangrijkste is dat ze indruisen tegen alle gevestigde belangen, alle heilige huisjes omvergooien en alles wat de mensen voor waar houden ontzenuwen. De tweede is wellicht dat de leerlingen, omdat ze het niet echt begrepen, van mening waren dat er iets geheimzinnigs aan was.
Dat ze Jezus “de levende” noemden, betekent alleen maar dat hij opgestaan was uit het dodenrijk (of zich losgemaakt had uit de schaduwwereld).

1

En Hij sprak: “Wie de verklaring van deze woorden zal vinden, zal de dood niet smaken”

Verklaring:

Wie deze woorden zal begrijpen en ernaar zal leven, zal wakker worden en verlichting bereiken. Het is niet de letterlijke maar de figuurlijke dood, waaruit de mens moet opstaan. Hij leeft dan niet meer in de tijd, maar in een eeuwigdurend nu, zonder verleden en toekomst. Dat is het eeuwige leven. En der dagen zat zal hij uiteindelijk weer terugkeren naar waar hij vandaan kwam.

2

Jezus sprak: “Laat hem die zoekt, zonder ophouden zoeken, totdat hij vindt. En als hij vindt, zal hij in verwarring raken, en als hij in verwarring geraakt is, zal hij zich verwonderen, en hij zal heersen over het Al.”

Verklaring:

Je zult je eerst los moeten maken van de kudde, van wat je altijd als normaal hebt gezien, begrijpen dat alles wat je geleerd hebt in het leven slechts eigen- en groepsbelangen dient, dat je leven, gedreven door ijdelheid en egoxc3xafsme, tot nu toe een vergissing is geweest en dat je niet geleefd hebt zoals je had kunnen leven. Je moet je karakter als aangeleerd gedrag doorzien, tot je de laatste penning hebt ingelost en helemaal naakt staat. Dan wordt de laatste stap je geschonken, vanuit de vertwijfeling naar de rust. Dan vallen de schellen van de ogen en zie je pas helder. Eerst dan begrijp je dat je alleen maar mens bent. Dan zie je overal om je heen hoe alle mensen een toneelspel spelen, getooid met de maskers van hun karakter, beroep, religie en andere groepsmaskers en je kunt je aanvankelijk niet voorstellen dat zij dat niet zien. Het brengt je in verwarring als je je realiseert dat je meer weet dan alle groten der aarde, omdat je weet dat je niets meer hoeft te weten. Want als je jezelf kent weet je dat kennis alleen nodig is voor een leven in de maatschappij en om die kennis te ontzenuwen. Maar je begrijpt alles.

3

Jezus sprak: “Als uw leiders zeggen: ziet, het Koninkrijk is in de hemel, dan zullen de vogelen des velds u voorgaan. Als zij zeggen: het is in de zee, dan zullen de vissen u voorgaan. Maar het Koninkrijk is binnen in u en buiten u.”
Als gij uzelf zult kennen, dan zult gij gekend worden, en gij zult beseffen dat gij zonen van de levende Vader zijt. Als gij uzelf echter niet zult kennen, dan zijt gij in armoede, en gij zijt zelf die armoede.”

Verklaring:

Geloof de woorden van jullie leiders niet. Zij zeggen dat de hemel de beloning en de hel de straf na de dood is. De ware hel is de wereld van de doden, de onbewusten, de slapenden hier op aarde. De hemel is de toestand van de ontwaakten. Als je jezelf kent voel je je een met de hele schepping en met alle mensen. Als “Jezus” praat over het Koninkrijk en de Vader, probeert hij het onuitsprekelijke in een metafoor te vangen. Waarover je niet kunt praten, daarover moet je zwijgen. Het heeft geen zin om over het onuitsprekelijke einddoel te praten, het is voldoende om de weg te wijzen. Als je jezelf niet kent leid je maar een armetierig leven. Misschien rijk voor de wereld, maar arm voor jezelf.

4

Jezus sprak: “De grijsaard zal in zijn dagen niet aarzelen, een klein kind van 7 dagen naar de plaats des levens te vragen, en hij zal leven. Want vele eersten zullen de laatsten worden. En zij zullen xc3xa9xc3xa9n worden.”

Verklaring:

Een klein kind van 7 dagen is nog onbevangen, nog niet opgezadeld met de bagage van de cultuur. Het speelt geen toneel en is zichzelf. Het heeft noch valse behoeften, noch bezit. Het kent verleden, noch toekomst en kent geen angsten, problemen of zorgen. Het leeft in het nu en is mannelijk noch vrouwelijk in gedrag. Het kent niet de gespletenheid en onechtheid van de volwassenen. Als je echt wil leven moet je dus worden als de kinderen.

5

Jezus sprak: “Herken wat voor uw aangezicht is, en wat verborgen is voor u zal u duidelijk worden. Want niets is verborgen wat niet geopenbaard zal worden.”

Verklaring:

Alles zul je begrijpen als je jezelf kent. Als je je binnenwereld begrijpt, begrijp je de buitenwereld. Mensen zeggen dat ze zichzelf kennen met al hun fouten en tekortkomingen. Als je je fouten kent, waarom doe je ze dan nog en waarom accepteer je je tekortkomingen? Pas je je aan de maatschappij aan, dan doe je jezelf tekort en zondig je tegen jezelf. Luister je naar jezelf, dan pas je niet in de maatschappij. Wat goed is voor de natuur, is slecht voor de cultuur en wat goed is voor de cultuur, is slecht voor de natuur.

6

Zijn leerlingen ondervroegen Hem. Zij zeiden tot hem: “Wilt gij dat wij vasten? En hoe zullen wij bidden? Zullen wij aalmoezen geven? En wat zullen wij betreffende het eten in acht nemen?” Jezus sprak: “Vertel geen leugens En doe niet wat ge haat. Want alle dingen zijn duidelijk voor de Hemel. Er is immers niets wat verborgen is dat niet openbaar zal worden, en niets wat bedekt is dat ononthuld zal blijven.”

Verklaring:

Door vasten, bidden en aalmoezen is nog nooit een mens meer mens geworden. Dat zijn zaken die bij een leven in de maatschappij horen. Door te vasten doe je jezelf tekort, bidden tot een god doe je alleen als je niet beseft dat je dat zelf bent, aalmoezen geven kan je alleen als je bezittingen hebt en bezit is diefstal van de gemeenschap.

7

Jezus sprak: “Zalig de leeuw die mens wordt als hij door de mens opgegeten wordt. En vervloekt is de mens die door de leeuw opgegeten wordt, en de mens zal leeuw worden.”

Verklaring:

De mens is de kroon op de schepping. Dus letterlijk betekent het dat als je de leeuw opeet, het een opwaardering voor de leeuw is om opgenomen te worden in de mens, zoals het een degradatie is als de mens opgenomen wordt in de leeuw. Figuurlijk betekent het dat de mens de cultuur moet verzwelgen en er niets van moet overlaten. Want als de cultuur de mens verzwelgt gaat het niet goed met de mens.

8

En Hij sprak: “De mens is gelijk aan een verstandige visser die zijn net in zee wierp. Hij trok het op uit de zee, vol kleine vissen. Daartussen vond de verstandige visser een goede grote vis. Hij wierp al de kleine vissen terug in zee. Zonder aarzelen koos hij de grote vis. Wie oren heeft om te horen hij hore.”

Verklaring:

Van alles wat de mens bezit is zijn ware aard het enige waardevolle. De rest is bagage waarvan je je moet ontdoen om jezelf te worden.

9

Jezus sprak: “Ziet, de zaaier ging naar buiten. Hij nam een hand vol zaad en strooide het uit. Sommige vielen op de weg. De vogels kwamen en verzamelden ze. Andere vielen op de rots, en zij schoten geen wortels in de aarde en maakten geen aren. En anderen vielen op de doornen. Zij verstikten het zaad, en de wormen vraten ze op. En anderen vielen op de goede aarde en zij leverden goede vrucht op. Zij droegen zestig per maat en honderdtwintig per maat.”

Verklaring:

Alleen als de leringen van de meester een goede voedingsbodem treffen, levert het vrucht op en veel. De cultuurmensen hebben zich verschanst in hun eigenwijsheid en zijn doof voor de stem van het gezonde verstand. Ze hebben hun gezond verstand vertroebeld met hun eigen wetten en regels en zijn daardoor altijd in tweestrijd met zichzelf.

10

En Jezus sprak: “Ik heb het vuur op aarde geworpen. En ziet, ik hoed het tot het opvlamt.”

Verklaring:

“Jezus” was er van overtuigd dat zijn boodschap uiteindelijk begrepen zou worden, zich als een lopend vuur over de wereld zou verspreiden en een spoor van ontwaakten zou achterlaten. Hij had begrepen dat de machthebbers zich tot het uiterste zouden verzetten. Hij zag de cultuur en de onwaarachtigheid in vlammen opgaan en verwachtte dat de mensen massaal zouden kiezen voor de eenvoud en een waarachtig en rechtvaardig leven. Helaas heeft nog altijd de macht het van de liefde gewonnen. De geschiedenis, is de geschiedenis van de overwinnaars. Maar macht eindigt nooit door macht. Macht eindigt door liefde, dat is de eeuwige wet.

11

Jezus sprak: “Deze hemel zal vergaan, en de hemel daarboven zal vergaan. En de doden leven niet, en de levenden zullen niet sterven. In de dagen dat gij at wat dood is, maakte gij het tot iets wat leeft. Als gij tot het licht zult komen, wat zult gij dan doen? Toen gij xc3xa9xc3xa9n waart, werd gij tot twee. Als gij echter twee zijt, wat zult gij dan doen?”

Verklaring:

Hij verkondigt de eeuwigdurende waarheid dat de mens mens is, wat hij ook denkt dat hij is en hoe onnatuurlijk hij zich ook gedraagt. De mens is gedoemd om gelukkig te zijn, hoezeer hij zich daar ook tegen verzet, en kan alleen tot zich zelf terugkeren. De ontaarde mens leeft niet echt en als je eenmaal wakker geworden bent, kun je nooit meer inslapen. Als je tot verlichting gekomen bent, wat zul je dan doen? Als klein kind was je xc3xa9xc3xa9n, door je aanpassing aan de maatschappij werd je leven gespleten en vol tegenstrijdigheden. Tussen karakter en natuur, tussen je binnen- en je buitenkant, tussen je masker en je ware gezicht. Waar kies je voor?

12

De leerlingen zeiden tot Jezus: “Wij weten dat gij van ons weg zult gaan. Wie zal dan onze meester zijn?” Jezus sprak tot hen: “Waar ge ook bent, gij zult naar Jacobus de Rechtvaardige gaan, omwille van wie hemel en aarde zijn ontstaan.”

Verklaring:

Wees niet afhankelijk van de meester. Ieder mens heeft zijn innerlijke meester, de stem van zijn geweten. De ware meester is de meester die benadrukt dat je naar jezelf moet luisteren. Wie onvoorwaardelijk naar zichzelf luistert wordt als de meester. Het is ieder mens gegeven wijs te worden en je bent wijs of dwaas, daartussen ligt niets. Wie een el onder de oppervlakte van de zee is, verdrinkt net zo goed als wie daar 500 vademen onder is. Wie daarboven uitstijgt “kan op het water lopen”.

13

Jezus sprak tot zijn leerlingen: “Vergelijkt mij met iemand en zeg mij op wie ik lijk.” Simon Petrus zij tot hem: “Gij lijkt een rechtvaardige engel”. Mattheus zei tot hem: “Gij lijkt een wijze filosoof “. Thomas zei tot hem: “Meester, mijn mond is geheel machteloos om te zeggen op wie gij lijkt”. Jezus sprak: “Ik ben niet uw meester. Omdat gij gedronken hebt, hebt gij u aan de opborrelende bron bedwelmd, welke ik gewogen heb.”
Toen nam hij hem, trok zich met hem terug en sprak drie woorden tot hem. Toen Thomas echter bij zijn gezellen kwam, vroegen zij hem: “Wat heeft Jezus gezegd?”. Thomas zij hun: “Als ik u een van die woorden zeg, die hij mij gezegd heeft, zult gij stenen nemen en naar mij werpen. En vuur zal uit de stenen komen en u verbranden.”

Verklaring:

De ware mens is uiterlijk een gewoon mens als ieder ander. Hij draagt dan wel de littekens van zijn oude leven maar hij is alleen te herkennen aan zijn onverstoorbaarheid. Hij kent geen angsten of verdriet meer, maakt zich geen zorgen om de dag van morgen. Hij kan het maatschappelijke spel feilloos meespelen, maar laat zich daardoor niet bexc3xafnvloeden. Hij is blijmoedig en verstoken van emoties. Hij weet zich geborgen en beseft dat hij niet meer ziek kan worden of een ongeluk kan krijgen. Hij laat zich meedrijven op het leven en probeert het niet naar zijn hand te zetten. De slapenden begrijpen hem niet. Zijn leerlingen zullen hem pas begrijpen als zij uiteindelijk zijn als hun meester. Want alleen als “Jezus” zijn, is “Jezus” begrijpen, zoals alleen als “god” zijn, “god” begrijpen betekent, maar als je dat zegt zullen zij je stenigen. Terwijl er toch geschreven staat: gij zijt goden! Waarom gedraag je je daar dan niet naar?

14

Jezus sprak tot hen: “Als gij vast, zult gij uzelf aanleiding geven tot zonde. En als gij bidt, zult gij veroordeeld worden. En als gij aalmoezen geeft, zult gij uw ziel kwaad doen. En als gij naar een of ander land gaat en in die streken rondtrekt, als men u ontvangt, eet wat men u zal voorzetten en geneest de zieken onder hen. Want wat in uw mond binnengaat, zal u niet verontreinigen. Wat echter uit de mond uitkomt, dat zal u verontreinigen.”

Verklaring:

Vasten is tegen de natuur, bidden vereist een persoonlijke god en aalmoezen geven kan alleen bij ongelijkheid tussen mensen. Als je terugkeert onder de mensen, speel dan hun spel weer mee en maak je niet druk om wat je zult eten. Wat je wel en niet mag eten en wat wel en niet ongezond is, zijn maar door mensen bedachte voorschriften. Als je een heel mens bent kun je alles eten. Ziek wordt je niet door verkeerd eten, maar door wat uit de mond uitgaat. Want wat uit de mond komt, komt uit de gedachten: oneerlijkheid, haat, ergernis, hebzucht, egoxc3xafsme, jaloezie, begeerten, kwaadaardigheid, onrechtvaardigheid, list en bedrog. Dat maakt de mens ziek. Als niets wat de mond ingaat ziek maakt, maakt ook niets wat de mond ingaat beter. Medicijnen, vitamines en gezond eten is voor de slapenden. Het houdt ze in leven, maar laat ze niet leven. Genees de zieken door hen de weg naar heelheid en eenvoud te wijzen. Ziekten zijn immers slechts symptomen van de gespletenheid van de mens en horen hem de weg naar zichzelf te wijzen. Levenden worden niet ziek, want er zijn geen waarschuwingen meer nodig, die hen er op moeten wijzen dat ze van het rechte pad zijn afgedwaald. Want genees niet het lichaam, dat is tevergeefs, maar genees de ziel, dan volgt het lichaam vanzelf. Immers een gezonde geest woont in een gezond lichaam.

15

Jezus sprak: “Als gij iemand ziet die niet uit een vrouw geboren is, werpt u dan op uw aangezicht neer en aanbidt hem. Hij is uw Vader.”

Verklaring:

Alle mensen zijn uit een vrouw geboren, maar als je je xc3xa9xc3xa9n voelt met alles en ervaart dat wat alles doet leven ook jou doet leven, dan “zie je”, zoals dat ooit heette, “god”.

16

Jezus sprak: “Wellicht denken de mensen dat ik gekomen ben om vrede op de wereld te werpen, en weten zij niet dat ik gekomen ben om tweespalt op aarde te werpen, vuur, zwaard en oorlog. Want er zullen er vijf in xc3xa9xc3xa9n huis zijn; drie zullen tegen twee zijn, de vader tegen de zoon en de zoon tegen de vader. En ze zullen daar alleen staan”.

Verklaring:

Hij had begrepen dat als zijn boodschap ingang zou vinden er een scheiding der geesten zou plaatsvinden. Wie niet voor hem is is tegen hem. Wie niet voor zichzelf vecht, vecht tegen zichzelf. In de maatschappij zijn alle relaties op macht en bexc3xafnvloeding gebaseerd. Tussen man en vrouw, tussen ouders en kinderen, tussen leiders en volgelingen, tussen clerus en gelovigen. Verbeten zouden de machthebbers proberen hun macht en invloed over hun onderdanen te handhaven, wanneer die weigeren het spel verder mee te spelen. De omkering van alle waarden zou een totale ineenstorting van alle machtsstructuren veroorzaken, binnen de gezinnen, binnen de kerken en binnen de staten. En geweldloos en weerbaar vechten de vrijen niet terug, want macht wordt nooit door macht tenietgedaan. De grootste bedreiging voor een cultuur zijn gelukkige, onafhankelijke, tevreden en vrije mensen. Dat geldt nog steeds!

17

Jezus sprak: “Ik zal u geven wat geen oog gezien heeft, geen oor gehoord, en geen hand aangeraakt, en wat bij geen mens in de geest is opgekomen.”

Verklaring:

De mens die de laatste stap gezet heeft en wakker geworden is, ervaart een overweldigend gevoel van eenheid met de hele schepping. Het ervaren is geen zien, noch horen noch tasten.

18

De leerlingen zeiden tot Jezus: “Zeg ons, hoe zal ons einde zijn?” Jezus sprak: “Hebt gij dan de aanvang ontdekt, dat gij naar het einde zoekt?. Waar het begin is, daar zal ook het einde zijn. Zalig degene die zich in het begin plaatst. Hij zal ook het einde kennen, en hij zal de dood niet smaken.”

Verklaring:

Het einde zal zijn als het begin. De grijsaard zal worden als het kind. Zoals je was zul je worden. Als je het heden niet doorziet kun je ook het einde niet kennen. Als je jezelf kent weet je hoe je ooit was en hoe je geworden bent die je was. Dat heet terugkeren tot de oorsprong, tot jezelf.

19

Jezus sprak: “Zalig wie is voor hij werd. Als gij mijn leerlingen wordt en luistert naar mijn woorden , zullen deze stenen u dienen. Want er zijn vijf bomen voor u in het paradijs die ’s zomers en ’s winters onverstoord blijven en wier bladeren nooit afvallen. Wie ze zal kennen zal de dood niet smaken.”

Verklaring:

Gelukkig is degene die zichzelf gebleven is, die is wat hij is, en niet verworden is tot een innerlijk verdeelde. Gelukkig is het kind dat niet uit het paradijs verdreven is door aanpassing aan de onrechtvaardige maatschappij. Gelukkig degene die helder hoort, helder ziet, helder ruikt, helder proeft en helder voelt en dat niet vervormd doet vanuit de ervaringen uit zijn verleden. Hij heeft verlichting bereikt.

20

De leerlingen zeiden tot Jezus: “Zeg ons, waarop lijkt het Koninkrijk der hemelen?” Hij sprak tot hen: “Het lijkt op een mosterdzaadje, het kleinste van alle zaadjes. Als het echter op bewerkte aarde valt, wordt het een grote plant en wordt een schuilplaats voor de vogelen des hemels.”

Verklaring:

De rechtvaardige wereld begint in een eenling, maar als de mensheid openstaat voor zijn boodschap, zal de beweging voor het herstellen van de oorspronkelijke staat en een rechtvaardige wereld, razendsnel om zich heen grijpen.

21

Maria zei tot Jezus: “Waar lijken uw leerlingen op?” Jezus sprak: “Zij lijken op kinderen die zich op een veld ophouden dat hun niet toebehoort. Wanneer de eigenaren van het veld komen, zullen zij zeggen: ‘Geef ons veld terug.’ Zij kleden zich voor hen uit, opdat zij het hun laten en hun het veld geven. Daarom zeg ik u: als de heer des huizes weet dat de dief komt, zal hij waken voor hij gekomen is, en hem niet in het huis van zijn landgoed laten inbreken om zijn zaken weg te dragen. Gij echter, wees op je hoede tegenover de wereld. Bewapen u met grote kracht, opdat de rovers geen weg vinden om bij u te komen. Want de moeilijkheden die gij verwacht zullen uitkomen. Laat er onder u een verstandig man zijn. Toen het graan rijpte, kwam hij ijlings, met zijn sikkel in de hand, en oogstte het. Wie oren heeft om te horen, hij hore.”

Verklaring:

Zolang de leerlingen niet zijn als de meester, hebben zij de boodschap niet begrepen. Daarom staat er geschreven: zoekt eerst het Koninkrijk en de gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden. Zolang je het niet gevonden hebt, kun je beter zwijgen. Maar als je het gevonden hebt en opgestaan bent uit de doden, dan voel je je als een vreemdeling in de maatschappij. En de maatschappij zal zeggen dat je daarin niets te zoeken hebt en dan veeg je het stof van je voeten en laat ze hun gang gaan. Als de gevestigde orde weet dat ze bedreigd wordt, zal hij zich wapenen tegen degenen die de ongewapende revolutie prediken. Wees dus op je hoede, doorzie hun argumenten, en laat je niet verleiden om met hun spel mee te doen. Er zijn er zovelen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, zoveel ontrechten, zoveel treurenden en zoveel zachtmoedigen. Zij zijn rijp voor de boodschap. Weet dat je geen gehoor vindt bij de maatschappelijk geslaagden, de succesvollen om wat ze presteren en bezitten, de machthebbers en de handhavers van de status quo.

22

Jezus zag kinderen gezoogd worden. Hij sprak tot zijn leerlingen: “Deze zuigende kleinen zijn als diegenen die in het Koninkrijk binnengaan.” Zij zeiden tot hem: “Zullen wij dan als kinderen het Koninkrijk binnengaan?” Jezus sprak tot hen: “Als gij de twee xc3xa9xc3xa9n maakt en als gij het inwendige gelijk het uitwendige maakt en het uitwendige gelijk het inwendige en het boven gelijk het ondere en als gij het mannelijke en het vrouwelijke xc3xa9xc3xa9n maakt, zodat het mannelijke niet mannelijke en het vrouwelijke niet vrouwelijk zij, en als gij ogen vormt in plaats van een oog, een hand in plaats van een hand, een voet in plaats van een voet, een gelijkenis in plaats van een gelijkenis, dan zult gij ingaan.”

Verklaring:

Als je weer wordt als de kinderen zul je verlichting bereiken. Kinderen zijn nog onverdeeld. Daarom moet je je aangeleerd gedrag opgeven, stoppen met je toneelspel en je masker afzetten. Zoals je van binnen bent zo moet je ook van buiten zijn. Je moet je losmaken van alles wat hoort, van alle onechtheid en oneerlijkheid. Want in het spanningsverschil tussen binnenkant en buitenkant woeden de emoties. Als binnenkant en buitenkant samenvallen heb je de apatheia bereikt. De vrouwelijke vrouw en de mannelijke man zijn cultuurprodukten en hun gedrag is aangeleerd en onecht. Het enige verschil tussen mannen en vrouwen is het geslachtelijke, de rest is aangeleerde franje en buitenkant. De ware mens is zichzelf. Je ziet dan, maar anders, je voelt dan, maar anders, je loopt dan, maar anders, je lijkt dezelfde, maar je bent anders. Je binnenkant is dan als je buitenkant.

23

Jezus sprak: “Ik zal u uitkiezen, xc3xa9xc3xa9n uit duizend en twee uit tienduizend. En zij zullen daar staan als een eenling.”

Verklaring:

Er zullen maar zeer weinigen zijn die bereid zijn om te geloven dat je pas gelukkig wordt als je alles opgeeft. Wie zijn maatschappelijke leven verliest zal zijn ware leven terugvinden. Wie alles opgeeft krijgt alles. Daarom zullen de hoeren en tollenaars en allen die weinig te verliezen hebben voorgaan. Al degenen die zich moeite hebben getroost om zich los te maken en iets gevonden hebben, omdat ze slecht gezocht hebben, en onderweg zijn blijven steken, zullen de laatsten zijn. Daarom staat er geschreven dat de eersten de laatsten zullen zijn.

24

Zijn leerlingen zeiden: “Toon ons de plaats waar gij zijt. Want wij moeten daarnaar zoeken.” Hij sprak tot hen: “Wie oren heeft om te horen, hore. Er is licht in een licht-mens en hij verlicht de hele wereld. Verlicht hij niet dan is er duisternis.”

Verklaring:

De meester vertolkt de stem van het geweten. Hij vertelt, wat ieder mens eigenlijk wel weet, maar altijd horende doof en ziende blind voor is geweest. De meester is meester geworden omdat hij naar zichzelf geluisterd heeft. Zolang je een meester nodig hebt hoef je niet naar jezelf te luisteren. Dat is gemakzuchtig.

25

Jezus sprak: “Hebt uw broeder lief als je ziel. Waak over hem als de appel van uw oog.”

Verklaring:

Heb je medemensen lief zoals je van jezelf houdt. Je kunt alleen onvoorwaardelijk van een ander houden als je onvoorwaardelijk van jezelf houdt en je kunt alleen van jezelf houden als je je zelf kent en beseft dat je een volmaakt schepsel bent. Zie je verblinde medemensen als misleide mensen, die in wezen zijn zoals jezelf, maar het alleen nog niet beseffen. Waak over hen zoals je over jezelf waakt.

26

Jezus sprak: “De splinter in het oog van uw broeder ziet gij, de balk echter in uw eigen oog ziet gij niet. Als gij de balk uit uw oog haalt, dan zult gij helder kunnen zien, om de splinter uit het oog van uw broeder te halen.”

Verklaring:

Met de maat waarmee je oordeelt, oordeel je jezelf. Wat jij zegt over een ander zegt meer over jezelf dan over de ander. Bevrijd je eerst van je eigen vooroordelen voor je oordeelt over een ander. Pas als je geen vooroordelen meer hebt kun je helder zien en dan oordeel je niet meer. Ontzenuw eerst je eigen meningen voor je de mening van een ander probeert te ontzenuwen. Veroordeel de nog slapenden niet, want bedenk dat jezelf voor je wakker werd ook sliep.

27

“Als gij niet vast ten opzichte van de wereld, zult gij het Koninkrijk niet vinden. Als gij de sabbat niet als sabbat houdt, zult gij de Vader niet zien.”

Verklaring:

Zolang je meespeelt in een onrechtvaardige wereld, ben je onrechtvaardig. Zolang je maar een schijntje onrechtvaardigheid in je hebt ben je onrechtvaardig. Zolang je macht uitoefent over je medemensen maak je je handen vuil. Zolang je je laat bexc3xafnvloeden door de meningen van anderen ben je niet vrij. Zolang je niet bent wat je bent, ken je jezelf niet. Daarom moet je in de wereld maar niet van de wereld zijn. Je moet doen zonder bedoelingen, onbaatzuchtig en eerlijk ten opzichte van jezelf en niet ten opzicht van de conventies. Zolang je je eigenbelang dient dien je niet het belang van de mensheid. Zolang je de verantwoordelijkheid van je daden en denken bij de omstandigheden, je verleden of de ander legt ontloop je je eigen verantwoordelijkheid. Pas als je daarmee ophoudt daagt het licht.

28

Jezus sprak: “Ik nam plaats midden in de wereld en verscheen aan hen vleselijk. Ik vond ze allen dronken. Geen enkele onder hen vond ik dorstig, en mijn ziel leed smart over de zonen der mensen. Want blind zijn ze in hun hart en zij zien niet. Want leeg zijn zij in de wereld gekomen, en ook leeg zoeken zij de wereld te verlaten. Maar nu zijn zij dronken, als zij hun wijn opgeven, zullen zij zich bekeren.”

Verklaring:

De verlichte, ontwaakte mens bevindt zich temidden van zijn medemensen die onder invloed zijn van hun ondeugden en wier hoofden dronken zijn van hun eigenwijsheid en eigen waarheden. Die trots zijn op hun daden, verworvenheden en ijdelheid en ze zien het niet. Zonder bezit, zonder meningen en zonder overtuigingen zijn ze geboren en zonder dat alles zullen ze uiteindelijk weer het leven verlaten. Wat een verspilde moeite is het verzamelen van al die ballast als je dat toch weer af moet staan. Dan kun je dat beter tijdens je leven al doen en nu al terugkeren tot de eenvoud. En zadel je kinderen niet op met je eigen bagage.

29

Jezus sprak: “Als het lichaam omwille van de geest ontstaan is, is het een wonder. Als echter de geest omwille van het lichaam ontstaan is is het een wonder der wonderen. Ik verbaas mij er inderdaad over hoe deze grote rijkdom in deze armoe is komen wonen.”

Verklaring:

Het is wonderbaarlijk dat de geest het menselijk lichaam als behuizing gekozen heeft. Het is bizar om te denken dat het lichaam de geest als product genereert. Dat is de omgekeerde wereld, zoals mensen alles hebben omgedraaid. Ze denken dat als het lichaam maar gezond is de geest dat ook wel wordt. Als je om je heen kijkt in deze wereld is het beschamend en armoedig wat mensen met hun leven en lijven doen.

30

Jezus sprak: “Waar drie goden zijn, zijn zij goden. Waar er twee of een zijn, ben ik met hem.”

Verklaring:

Dit logion is te cryptisch om een verklaring bij te vinden.

31

Jezus sprak: “Geen profeet wordt aanvaard in zijn dorp. Geen arts geneest diegenen die hem kennen.”

Verklaring:

Als iemand de schaduwwereld verlaat en uiteindelijk helder leert zien en dan terugkomt om de ketens van de achtergeblevenen te verbreken zullen zij dat niet accepteren. Toen hij andere denkbeelden kreeg hebben zij hem gewaarschuwd, dat hij normaal moest doen, dat hij zich moest aanpassen, omdat het anders niet goed met hem zou gaan. En dan komt hij terug met in hun ogen waanzinnige ideexc3xabn, ver buiten hun realiteit. Zij zullen zeggen dat hij veranderd is en dat ze hem niet meer kennen. Zij zullen hem uitlachen en en hem voor gek verklaren. Zo kennen de familieleden en vrienden van de arts zijn zwakheden, vooroordelen en tekortkomingen en is hij voor hen niet de autoriteit, die hij voor zijn patienten is. Daarom staat er geschreven: geneesheer genees uzelf, voordat je anderen probeert te genezen. Want in de maatschappij zijn maar twee soorten artsen, de ene verhindert je te leven, de andere helpt je te sterven.

32

Jezus sprak: “Een stad die op een hoge berg gebouwd wordt en sterk is, kan niet vallen, noch zal hij verborgen kunnen zijn.”

Verklaring:

Als je je ontdaan hebt van je status, geen mening en belangen meer hebt, dus als je niets meer te verliezen hebt, ben je onaantastbaar en ongrijpbaar. Toch zul je opvallen.

33

Jezus sprak: “Verkondig van de daken wat gij met uw oor zult horen. Want niemand ontsteekt een lamp en plaatst haar onder de korenmaat, noch zet hij haar op een verborgen plaats; veeleer zet hij haar op een kandelaar, opdat allen die binnenkomen en uitgaan, haar licht zullen zien.”

Verklaring:

Als je tot verlichting gekomen bent, houdt het dan niet voor jezelf, maar als je verstandig bent verkondig je het niet van de daken. Wees listig als een slang en argeloos als een duif, want de weerstand van de mensen is groot. Mensen vechten zich liever dood dan dat ze hun ongeluk opgeven.

34

Jezus sprak: “Als een blinde een blinde leidt, vallen zij beiden in een kuil.”

Verklaring:

Als je je laat leiden door mensen die het ook niet precies weten, door zoekers die niet gevonden hebben, als je samen op weg gaat en niet weet waar naartoe, zul je samen blijven dwalen en ten onder gaan.

35

Jezus sprak: “Niemand kan het huis van een sterke binnendringen en het met geweld innemen, tenzij hij zijn handen bindt. Dan zal hij zijn huis leegruimen.”

Verklaring:

Pas als je door je eigen afweer heen breekt, zul je je denken kunnen legen en ontdoen van alles wat aangeleerd en dus oneigen is.

36

Jezus sprak: “Weest niet van ’s morgens tot ’s avonds en van ’s avonds tot ’s morgens bezorgd over wat gij zult aantrekken.”

Verklaring:

Maak je niet druk over je kleren, want dat is maar buitenkant. Zolang je dat belangrijk vindt besef je niet dat je dat alleen doet om je onzekerheid te verhullen en je te onderscheiden van andere omhulsels. Je schept met je kleren een onnatuurlijke buitenkant om de natuurlijke schoonheid van je lijf te verbergen. En als je dat doet om je misvormingen te camoufleren, realiseer je dan wat het leven in een cultuur met je lijf heeft aangericht en hoe je van een gave baby verworden bent tot wat je nu bent.

37

Zijn leerlingen zeiden: “Op welke dag zult gij ons verschijnen? En op welke dag zullen wij u zien?” Jezus sprak: “Als gij u ontkleedt zonder u te schamen en als gij uw klederen neemt en ze als kleine kinderen onder uw voeten legt en er op zult treden, dan zult gij de Zoon van de Levende zien. En gij zult niet bevreesd zijn.”

Verklaring:

Wanneer zul je beseffen dat je de laatste stap genomen hebt en wakker geworden bent? Als je trots en tevreden zult zijn zoals je bent en niet meer hoeft te zijn dan mens. Als je onafhankelijk bent van wat anderen van je denken en zeggen en je je in je naaktheid niet meer zult schamen. Tussen naaktheid en het paradijs bestaat een relatie. Wie niet rijp is voor het een is ook niet rijp voor het ander.

38

Jezus sprak: “Vele malen hebt gij ernaar verlangd deze woorden te horen die ik tot u spreek. En gij hebt niemand anders om ze van te horen. Er zullen dagen komen dat gij naar mij zult zoeken en mij niet vinden.”

Verklaring:

Zoveel zoekenden hebben er naar verlangd om ooit het einddoel te bereiken, want anders heeft zoeken geen zin. De oplossing is zo voor de hand liggend, maar zo onvoorstelbaar en zo anders dan iedereen gedacht heeft, dat het moeilijk te geloven is. Een leraar hebben is gemakkelijk omdat hij je de weg kan wijzen, maar niet noodzakelijk. Uiteindelijk zegt hij alleen wat je eigenlijk wel weet. Wie niet bereid is naar zichzelf te luisteren staat ook niet open voor een leraar, die verkondigt dat je naar jezelf moet luisteren.

39

Jezus sprak: “De Farizeexc3xabn en de schriftgeleerden hebben de sleutelen van de Kennis genomen en ze verborgen. Zelf zijn zij niet binnengegaan, noch hebben zij hen die binnen willen gaan, toegelaten. Gij echter, weest slim als de slangen en argeloos als de duiven.”

Verklaring:

Jullie geestelijk leiders en theologen begrijpen zichzelf niet en toch noemen zij zich jullie leiders. Ze zijn dwaalleraren, die van het rechte en eenvoudige pad een dwaalweg hebben gemaakt. Zij denken de waarheid in pacht te hebben, maar het is hun eigen waarheid. Zij hadden het kunnen weten, maar gaan aan hun eigen ijdelheid ten gronde en slepen jullie mee. Zij leven zelf niet en verhinderen jullie te leven. Maar jullie moeten slimmer zijn dan zij. Laat ze maar praten en speel voorlopig het spel maar mee.

40

Jezus sprak: “Een wijnstok werd buiten de Vader geplant, en krachteloos zal hij met wortel en al uitgerukt worden en te gronde gaan.”

Verklaring:

Als je het contact met jezelf en je natuur verbroken hebt, heb je jezelf uit het paradijs verdreven. Dan heb je gegeten van de boom van kennis van goed en kwaad en denkt zelf te weten wat goed en kwaad en gezond en ongezond voor je is. Dan neem je, zoals in de mythe van Adam en Eva, geen verantwoordelijkheid voor je eigen daden, maar geeft de schuld aan de verleiding, de omstandigheden of de ander.

41

Jezus sprak: “Wie iets in zijn hand heeft, hem zal meer gegeven worden. En wie niets heeft, hem zal ook het beetje ontnomen worden wat hij heeft.”

Verklaring:

Wie oprecht bereid is zijn leven te beteren en te zoeken naar zichzelf, zal geholpen worden. Daarom staat er geschreven: nader tot God dan nadert Hij tot u. Wie blijft zitten waar hij zit en niet op weg zal gaan gaat ten onder aan zijn eigenwijsheid en koppigheid.

42

Jezus sprak: “Wordt voorbijgaanden”.

Verklaring:

Ontdoe je van je bagage en hecht je nergens aan. Leef als vrije mensen. Vrijheid kun je alleen definixc3xabren als wat het niet is: niet gebonden aan bezit, meningen en begeerten en onafhankelijk van andere mensen. Dan blijft een totale afhankelijkheid over van de natuur en de enige ware vrijheid die de mens heeft is om die band te verbreken en te herstellen. Zo ook blijft de ongerepte natuur en de ongerepte mens over als je alle sporen van menselijk ingrijpen teniet doet.

43

Zijn leerlingen zeiden tot hem: “Wie zijt gij dat gij deze dingen tot ons zegt?” Jezus sprak: “Begrijpt gij niet wie ik ben door datgene wat ik tot u zeg? Maar gij zijt als de joden geworden, want zij houden van de boom en haten zijn vrucht of houden van de vrucht en haten de boom”.

Verklaring:

De woorden van de verlichte mens klinken zo arrogant. Het lijkt alsof hij het beter weet dan alle geleerden en groten van de wereld. Maar hij weet niet meer, maar zegt dat hij niets weet en dat alle kennis maar menselijke constructies zijn, die slechts afbreuk doen aan het leven. Wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart. Wie kennis vermindert, vermindert smart. Geen kennis, geen smart. De mensen houden wel van hun wijsheidsgeschriften, maar vinden de consequenties daarvan te absurd om ernaar te leven.

44

Jezus sprak: “Wie de Vader zal lasteren, hem zal vergeven worden. En wie de Zoon zal lasteren, hem zal vergeven worden. Wie echter de Heilige Geest zal lasteren, hem zal noch op aarde noch in de hemel vergeven worden”.

Verklaring:

Alles zal vergeven worden als je het niet meer doet. Het is je onwetendheid, die je heeft laten zondigen. Maar wie de geest heeft en verlicht is en het dus kan weten en daar toch misbruik van maakt is onvergeeflijk.

45

Jezus sprak: “Men plukt geen druiven van doornen en verzamelt geen vijgen van distels. Zij brengen geen vrucht voort. Een goede man brengt goede waren voort uit zijn voorraadschuur, Een slechte man haalt slechte zaken tevoorschijn uit zijn voorraadschuur, zijn hart, en hij spreekt kwaad. Want uit de overvloed van zijn hart haalt hij slechtheid tevoorschijn”.

Verklaring:

Aan zijn daden ken je de mens. Aan zijn meningen ken je zijn vooroordelen. Aan zijn emoties zijn gespletenheid. Aan zijn uiterlijk herken je zijn innerlijk. Aan zijn ziekten zijn onechtheid. Aan de leerlingen ken je de meester. Aan de kinderen ken je de ouders.

46

Jezus sprak: “Van Adam tot Johannes de Doper staat onder de uit vrouwen geborenen niemand hoger dan Johannes de Doper, opdat zijn ogen niet breken. Ik heb echter gezegd: wie onder u een kind zal worden, zal het Koninkrijk erkennen en zal groter dan Johannes worden”.

Verklaring:

Er zijn velen die lang gezocht en veel gevonden hebben maar niet alles. Wie verlichting bereikt is groter dan zij.

47

Jezus sprak: “Een mens kan niet op twee paarden rijden of twee bogen spannen. En een knecht kan geen twee heren dienen; of hij zal de een eren en de andere smaden. Men drinkt nooit oude wijn en verlangt onmiddellijk nieuwe te drinken. Ook giet men geen nieuwe wijn in oude zakken, opdat zij niet barsten. En men giet geen oude wijn in een nieuwe zak, opdat hij hem niet bederve. Men naait geen oude lappen op een nieuw kleed, want er zal een scheur ontstaan”.

Verklaring:

Je kunt niet trouw zijn aan jezelf en aan de maatschappij. Je kunt niet een natuurlijk leven leiden en meespelen in een onnatuurlijke cultuur. Elk compromis compromitteert. Je kunt niet rechtvaardig zijn en meedoen aan een onrechtvaardige maatschappij. Je kunt niet de kool en de geit sparen. Het is niet en/en maar of/of. Het is niet grijs maar zwart/wit. Natuur en cultuur gaan nooit samen, maar de een gaat altijd ten koste van de ander. Als de een meer wordt, moet de ander minder worden. 100 % Cultuur is een onbereikbare utopie, 100 % natuur is het paradijs. Zo is het begonnen en zo zal het eindigen. Je kunt niet van de ene dag op de andere veranderen. Je kunt geen nieuw leven naast je oude leven leiden. Je kunt in je nieuwe leven geen oude fouten gebruiken.

48

Jezus sprak: “Als er twee in hetzelfde huis in vrede met elkander leven, dan zullen zij tot de berg zeggen: verplaats u, en hij zal zich verplaatsen”.

Verklaring:

Als je in vrede met jezelf leeft, kun je de hele wereld aan. Je kunt alleen in vrede met een ander leven als je in vrede met jezelf leeft. Tevreden mensen hebben niets nodig en kunnen bergen verzetten.

49

Jezus sprak: “Zalig de eenlingen en de uitverkorenen, want zij zullen het Koninkrijk vinden. Daar gij daaruit zijt, en daarheen zult gij weerkeren”.

Verklaring:

Zalig degene die in zichzelf verdeeld was en terugkeerde tot de eenvoud. Hij heeft zichzelf gevonden. Zoals je was als klein kind, zo kun je weer worden.

50

Jezus sprak: “Als de mensen u zeggen: waar komt gij vandaan? zegt hun dan: wij zijn uit het licht gekomen, daar waar het licht uit zichzelf ontstaan is. Het stond en openbaarde zich in hun beeld. Als men tot u zegt: zijt gij het? zegt dan: wij zijn de kinderen van het licht en zijn de uitverkorenen van de Levende Vader. Als de mensen u vragen: wat is het teken van uw Vader in u? zegt hun dan: het is beweging en rust”.

Verklaring:

En als je dan de totale ommekeer in je leven gemaakt hebt en wakker geworden bent, zullen de mensen zeggen dat je veranderd bent, dat ze je niet meer kennen en dat je de oude niet meer bent. Wees dan voorzichtig en speel het spel zolang mee. Probeer ze niet uit te leggen wat er met je gebeurd is, want ze zullen het niet begrijpen.

51

Zijn leerlingen zeiden tot hem: “Op welke dag zal de rust der doden intreden? En op welke dag komt de nieuwe wereld? Hij sprak tot hen:” Waar gij naar uitkijkt is reeds gekomen, maar gij herkent het niet”.

Verklaring:

De doden, die denken dat ze leven, of de slapenden die denken dat ze wakker zijn, kennen geen rust. Altijd zijn ze met hun gedachten bezig, met hun verleden en toekomst, met het oplossen van problemen, met het verwerven en verdedigen van hun bezit en meningen en met het zin geven aan hun leven zonder zin. Als ze daarmee ophouden begint voor hen de nieuwe wereld. De ontwaakte maakt daar al deel van uit, maar ze zien het niet.

52

Zijn leerlingen zeiden tot hem: “Vierentwintig profeten hebben in Israxc3xabl gesproken en zij hebben allen in u gesproken.” Hij sprak tot hen: “Gij hebt de levende onder u veronachtzaamd, en over de doden gesproken.”

Verklaring:

Alle profeten en mystici hebben een glimp van de nieuwe mens opgevangen, maar zij zijn niet in staat geweest, eenduidig de weg te wijzen. Altijd zijn ze verstrikt geraakt in de uitwerking van hun boodschap of ze zijn gezwicht voor hun ijdelheid. De leraar der rechtvaardigheid wijst de weg naar de waarheid en het leven. Hij is de Levende onder de doden.

53

Zijn leerlingen zeiden tot hem: “Is de besnijdenis nuttig of niet?” Hij sprak tot hen:” Als de besnijdenis nuttig was, dan zouden hun vaderen hen besneden uit hun moeder verwekken. Maar de ware besnijdenis in de geest is volledig heilzaam geworden.”

Verklaring:

Als de voorhuid schadelijk zou zijn, dan was de mens zonder voorhuid geboren. Als het zinvol geweest was dat de mens zou vliegen dan was hij wel met vleugels geboren en als het nodig geweest was om zich te kleden dan was de mens met een vacht geboren. Alle verminkingen en aanpassingen waarmee de mens zich tooit dienen niet het leven maar zijn manier van leven.

54

Jezus sprak: “Zalig de armen, want voor jullie is het Koninkrijk van de hemel.”

Verklaring:

Gelukkig zijn degenen die weinig bezittingen hebben en degenen die hun hoofden met weinig kennis gevuld hebben. Zij zijn degenen die weinig te verliezen hebben. Zij hoeven maar weinig op te geven in tegenstelling tot de rijken en geleerden. Wie zijn maatschappelijk leven zal verliezen zal het ware leven overhouden.

55

Jezus sprak: “Wie zijn vader niet haat en zijn moeder, kan bij mij geen leerling zijn. En wie zijn broeders niet zal haten en zijn zusters en zijn kruis niet zal dragen op mijn wijze, zal mij niet waardig zijn.”

Verklaring:

Al generaties lang, tot in het grijze verleden, dragen ouders hun bagage over op hun kinderen, vermengd met hun eigen vooroordelen, angsten, eigenwijsheid, ambities, en andere littekens die ze opgelopen hebben in hun leven. Daarom staat er geschreven dat de zonden der vaderen over zullen gaan tot in het derde en vierde geslacht. Wil je de breuk met jezelf lijmen, dan moet je je van de bagage van je ouders ontdoen, net zozeer als je broeders en zusters dat zullen moeten. Heb hen lief, maar niet hun denken en hun daden. Dat is een moeilijke opdracht, maar als je dat er niet voor over hebt, zul je niet ontwaken.

56

Jezus sprak: “Wie de wereld heeft begrepen, heeft een lijk gevonden. En wie een lijk gevonden heeft, de wereld is hem niet waardig.”

Verklaring:

Wie de maatschappij in al zijn zinloosheid, onrechtvaardigheid en tegenstrijdigheden heeft doorzien en daar afstand van neemt en niet meer meedoet, is te goed voor deze maatschappij.

57

Jezus sprak: “Het Koninkrijk van de Vader is gelijk aan een man die (goed) zaad heeft. Zijn vijand kwam ’s nachts en zaaide onkruid onder het goede zaad. De man liet hen het onkruid niet uitrukken. Hij zei tot hen: ik ben bang dat als jullie willen gaan om het onkruid uit te rukken en het graan samen daarmee zult uitrukken. Op de dag van de oogst zal het onkruid duidelijk zichtbaar zijn. En het zal uitgerukt en verbrand worden.”

Verklaring:

De mens is in wezen volmaakt, maar hij beseft het niet. In zijn eigenwijsheid en hoogmoed heeft hij zichzelf opgezadeld met zaken die strijdig zijn met zijn natuur. Het moet je eerst duidelijk worden wat het oneigenlijke is voordat je je ervan kunt ontdoen.

58

Jezus sprak: “Zalig de mens die geleden heeft en het leven gevonden heeft.”

Verklaring:

Je zult er heel wat voor over moeten hebben en het is een hevig gevecht wat je met jezelf zult moeten voeren. Als je het gevecht met jezelf toch moet verliezen, waarom geef je je dan niet over? De beloning is gelukzaligheid en een leven zonder verdriet en pijn.

59

Jezus sprak: “Ziet naar de Levende, zolang gij leeft, opdat gij niet sterft en hem zoekt te zien, maar hem niet zult kunnen zien.”

Verklaring:

Wie eenmaal wakker geworden is kan nooit meer inslapen, zonder zichzelf te bedriegen. Het zelfbedrog van de slapende is een collectief, verdrongen en onbewust bedrog. Het zelfbedrog van de ontwaakte is bewust en daarom laakbaar.

60

(Zij zagen ) een Samaritaan onderweg naar Judea een lam dragen. Hij sprak tot zijn leerlingen: “Waarom draagt hij het lam met zich mee?” Zij zeiden tot hem: “Om het te doden en op te eten.” Hij sprak tot hen: “Zolang het leeft, zal hij het niet eten, maar alleen als hij het doodt en het een kadaver wordt.” Zij zeiden: “Anders kan hij het niet doen.” Hij sprak tot hen: “Zoekt ook gij u een plaats om te rusten, opdat gij geen kadaver wordt en opgegeten wordt.”

Verklaring:

Zolang je niet het ware leven leidt, ben je “dood” en onderhevig aan ziekten en emoties die je gemoed verteren. Zoek dus het ware leven.

61

Jezus sprak: “Twee zullen op xc3xa9xc3xa9n bed rusten, de een zal leven, de ander sterven.”
Salome sprak: “Wie zijt gij, mens? Als uit een. Gij hebt mijn bed bestegen en van mijn tafel gegeten” Jezus sprak: “Ik ben Hij die bestaat uit de Onverdeelde. Mij werd gegeven wat van mijn Vader is.” Salome sprak: “Ik ben uw leerlinge.” Jezus sprak: “Daarom zeg ik: als hij onverdeeld is, zal hij vervuld worden van licht; als hij echter verdeeld is zal hij vervuld worden met duisternis.”

Verklaring:

De mens, die van zijn ware aard afgeweken is, bergt twee zielen in een borst, de wijze en de eigenwijze. De ene voert ten leven de andere tot de dood. De verlichte is de eenvoudige, in wie de eigenwijze ziel gestorven is.

62

Jezus sprak: “Ik zeg mijn geheimenissen aan diegenen die mijn geheimenissen waardig zijn. Laat uw rechterhand niet weten wat uw linkerhand doet.”

Verklaring:

Alleen degene die openstaat voor een ander leven en hunkert naar rechtvaardigheid, zal de woorden begrijpen. Handel zonder bedoelingen.

63

Jezus sprak: “Een rijk man had vele goederen. Hij zei: ik zal mijn goederen benutten om te zaaien, te oogsten, te planten en mijn schuren met vrucht te vullen, opdat ik aan niets gebrek lijde. Dat was wat hij in zijn hart dacht. En die nacht stierf hij. Wie oren heeft om te horen, hij hore.”

Verklaring:

Altijd maar druk om de toekomst zeker te stellen, altijd maar bezig om gelukkig te worden, nooit tijd om te leven, gaat het leven aan de mensen voorbij. En als ze alles geregeld hebben is het te laat en verlaten ze het leven zonder ooit echt geleefd te hebben. Werken is voor de dwazen.

64

Jezus sprak: “Een man had gasten. En toen hij het maal bereid had, zond hij zijn knecht uit om de gasten uit te nodigen. Hij kwam bij de eerste en zei hem: mijn heer nodigt u uit. Hij zei: kooplieden zijn mij geld schuldig. Vanavond komen zij bij mij en ik zal ernaar toegaan en hen richtlijnen geven. Ik verzoek u, mij voor het maal te verontschuldigen. Hij kwam bij een andere en zei hem: mijn heer heeft u uitgenodigd. Hij zei hem: ik heb een huis gekocht en men vraagt mij om een dag. Ik zal geen tijd hebben. Hij kwam bij een andere en zei hem: mijn heer nodigt u uit. Hij zei hem: mijn vriend gaat trouwen en ik moet het maal inrichten. Ik zal niet kunnen komen. Ik verzoek u, mij voor het maal te verontschuldigen. Hij ging naar een andere en zei hem: mijn heer nodigt u uit. Hij zei hem: ik heb een dorp gekocht. Ik ga om pacht te innen. Ik zal niet kunnen komen. Ik verzoek u mij te verontschuldigen. De knecht kwam en zei tot zijn heer: zij die gij tot het maal hebt uitgenodigd, hebben verzocht hen te verontschuldigen. De heer zei tot zijn knecht: ga uit op de wegen en breng naar hier wie gij zult vinden, opdat zij het feestmaal houden. De zakenlieden en kooplieden zullen niet binnengaan in de Plaatsen van mijn Vader.”

Verklaring:

Wie zijn bezigheden in de maatschappij belangrijker vindt dan het leven, wie gehecht is aan zijn bezittingen en niet bereid is zich daarvan te onthechten, wie aan zijn kooi gehecht is en die niet durft te verlaten, wie verslaafd is aan zijn kortstondige genietingen en die niet wil opgeven, wie zwelgt in zijn macht en niet het onrechtvaardige daarvan inziet, die zal nooit deelnemen aan het feest van het ware leven.

65

Hij sprak “Een goed man had een wijngaard. Hij gaf hem aan pachters opdat zij hem zouden bewerken en hij van hen zijn vrucht zou krijgen. Hij zond zijn knecht opdat de boeren hem de vrucht van zijn wijngaard zouden geven. Zij grepen de knecht, sloegen hem en het scheelde niet veel of zij hadden hem gedood. De knecht ging heen en zei het aan zijn heer. Zijn heer zei, wellicht herkenden zij hem niet, en hij zond een andere knecht. De pachters sloegen ook de andere. Toen zond de heer zijn zoon. Hij zei: wellicht hebben zij schroom voor mijn zoon. De pachters, die wisten dat hij de erfgenaam van de wijngaard was, grepen hem en doodden hem. Wie oren heeft om te horen, hij hore.”

Verklaring:

De mensen die de aarde gekregen hebben om op te leven, te bewonen en te genieten van de overweldigende natuur, hebben in hun dwaasheid, hebzucht en ijdelheid de natuur vernield en overal het oorspronkelijke evenwicht verstoord en ze gaan daar nog steeds mee door. Alleen de mens, die zich in zijn hoogmoed buiten en boven de natuur stelt, kan zich daaraan schuldig maken. De profeten, die hun stem daartegen verheffen worden gehoond en uitgemaakt voor onpraktische dwazen. De ware mens wordt vermoord, zoals de mensen hun geweten vermoorden.

66

Jezus sprak: “Toon mij de steen, welke de bouwlieden verworpen hebben. Het is de hoeksteen.”

Verklaring:

Het hele maatschappelijke bouwwerk, de hele cultuur, de hele toren van Babel, heeft als fundering de ontaarde mens. Als de mens terugkeert tot zijn oorsprong, stort heel het bouwwerk in. De mens die is, heeft aan zichzelf genoeg.

67

Jezus sprak: “Wie gelooft dat het Al onvolkomen is, is zelf helemaal onvolkomen.”

Verklaring:

Wie gelooft dat de natuur onvolmaakt is, vindt dat hij zelf onvolmaakt is. Wie gelooft dat de natuur te verbeteren is, gelooft dat hij zichzelf kan verbeteren.

68

Jezus sprak: “Zalig zijt gij als men u haat en vervolgt. Waar gij ook vervolgd wordt, daar zullen zij geen plaats hebben.”

Verklaring:

Als de mensen je haten en vervolgen weet je dat je op de goede weg zit. Eerlijkheid en rechtvaardigheid worden genadeloos afgestraft in een oneerlijke en onrechtvaardige maatschappij.

69

Jezus sprak: “Zalig zijn zij die vervolgd worden in hun hart. Zij zijn het die de Vader waarlijk zullen kennen. Zalig zijn de hongerenden, want de buik van hen die verlangen zal gevuld worden.”

Verklaring:

Mensen die het voor de wind gaat in de maatschappij, die gewaardeerd worden door anderen, en diegenen die het ver geschopt hebben in de wereld, zien geen reden om hun leven te veranderen. Alleen degenen die met hun rug tegen de muur staan, de verliezers, de ontrechten, de hongerenden naar gerechtigheid, zullen bereid zijn om een ommekeer in hun leven te aanvaarden.

70

Jezus sprak: “Dat wat gij in u hebt zal u redden als gij het uit uzelf voortbrengt. Wanneer gij dat wat gij in u hebt niet zult voortbrengen dan zal het u doden.”

Verklaring:

Je geweten zal je redden als je er naar luistert. Eerlijkheid zal uiteindelijk overwinnen. Als je niet naar je geweten luistert zul je, zonder ooit echt geleefd te hebben, ten ondergaan.

71

Jezus sprak: “Ik zal dit huis vernietigen en niemand zal in staat zijn het te herbouwen.”

Verklaring:

“Jezus” was er van overtuigd dat zijn boodschap een eind zou maken aan de cultuur en het onwaarachtige leven. Hij voorzag, dat nog tijdens zijn leven de mensen massaal zouden terugkeren tot de eenvoud en alle voortbrengselen van deze maatschappij zouden vernietigen en dat geen steen meer op de ander zou blijven.

72

Iemand zei tot hem: “Zeg mijn broeders dat zij de bezittingen van mijn vader met mij delen.” Hij sprak tot hem: “O mens, wie heeft Mij een verdeler gemaakt?” Hij wendde zich tot zijn leerlingen en sprak tot hen: “Ik ben toch geen verdeler?”

Verklaring:

De boodschap van “Jezus” is bedoeld om de verloren eenheid van de mensen te herstellen en niet om de bezittingen eerlijk te verdelen. In een rechtvaardige samenleving bestaat geen bezit, maar is alles voor iedereen.

73

Jezus sprak: “De oogst is groot maar de arbeiders zijn weinig. Smeek de Heer daarom, dat hij arbeiders uitzendt naar de oogst.”

Verklaring:

De ellende in de wereld is zo groot en er zijn zovelen die het leven in deze maatschappij niet meer aankunnen, maar er zijn maar weinigen die het spel doorzien en zij zijn roependen in de woestijn.

74

Hij sprak: “O Heer, velen staan rond de drinkbak, maar er is niets in de put.”

Verklaring:

Velen hunkeren naar het volle leven, maar de woorden van hun leiders zijn leeg.

75

Jezus sprak: “Velen staan voor de deur. Maar het is de eenling die het bruidsvertrek zal ingaan.”

Verklaring:

Velen willen een gelukkig leven, maar zijn niet bereid daar hun innerlijke verdeeldheid voor op te geven. Alleen de eenvoudigen, degenen die niet de kool en de geit willen sparen, zullen de gelukzaligheid bereiken.

76

Jezus sprak: “Het Koninkrijk is gelijk aan een koopman die een zending koopwaar heeft en die een parel ontdekte. De koopman was schrander. Hij verkocht de koopwaar en kocht de parel alleen voor hemzelf. Ook gij, zoekt zijn onvergankelijke, blijvende schat, waar geen mot bij komt om te vreten en geen worm vernietigt.”

Verklaring:

Ontdoe je van alles wat de mens niet eigen is, van je valse behoeften en wees jezelf. Dat is het enige wat je niet afgenomen kan worden.

77

Jezus sprak: “Ik ben het die het licht boven allen is. Ik ben het die het Al is. Uit mij is het Al voortgekomen, en tot Mij spreidt het Al zich uit. Splijt een stuk hout, en ik ben daar. Hef de steen op, en je zult mij daar vinden.”

Verklaring:

Wie zichzelf gevonden heeft, voelt zich xc3xa9xc3xa9n met de hele schepping en met alle schepselen. De mystieke ervaring geeft dat gevoel kortstondig weer. De verlichting is een blijvend mystiek ervaren. Het is het ervaren van een panthexc3xafstisch gevoel.

78

Jezus sprak: “Waarom zijt gij naar buiten de woestijn in gegaan? Om het riet te zien dat door de wind bewogen wordt? Om een mens te zien die fijne kleren draagt, zoals uw koningen en grote mannen? Zij dragen fijne kleren en zij zijn onmachtig de waarheid te onderscheiden.”

Verklaring:

Waarom ga je de maatschappij in? Om je te vergapen aan de schone schijn? Aan de mooie buitenkant, die rotting en bederf bedekt? Aan de groten der aarde die klein zijn als mens? Aan hun geleerdheid en kennis, die hun onwetendheid verhult? Aan de kunstige bouwwerken, die nietig zijn vergeleken met de wonderbaarlijke grootsheid van de schepping?

79

Een vrouw uit de menigte zei tot hem: “Zalig de schoot die u gedragen heeft. En de borsten die u gezoogd hebben.” Hij sprak tot haar: “Zalig diegenen die het woord van de Vader gehoord hebben en het in waarheid bewaard hebben. Want er zullen dagen komen dat gij zegt: zalig de schoot die niet ontvangen heeft en de borsten die geen melk gegeven hebben.”